Driemaal reeds zag ik een kennis rondwaren in de steegjes van mijn stad waar de dames van lichte zeden thuis zijn. Het waren stuk voor stuk mannen van stand, getrouwd, al dan niet gelukkig. Stiekem bespioneerde ik hen terwijl ze ongedurig hun keuze maakten tussen Mistral, Maxim’s of Moulin Rouge, tussen het areaal aan vrouwenlijven, soms rond, blond en rozig, soms exotisch, gesneden uit ebbenhout en gezegend met ellenlange gazellenbenen. Ik blijk er een neus voor te hebben, op de een of andere manier, voor het tijdstip waarop zij hun rauwe lust achternagaan, mijn getrouwen.Ik moet toegeven, het schept een zeker genoegen, zeker op gemeenschappelijke feestjes. Te weten dat zij niet weten dat ik weet, enzovoort. Een genoegen dat al snel overgaat in mededogen, in een haast moederlijke bezorgdheid om hun tekort, een tekort dat blijkbaar zo knagend is dat zij ervoor willen betalen. Moet ik hen dan niet veroordelen, moet ik dan geen front vormen met hun respectievelijke echtgenotes, die mij evenzeer bekend en vaak genegen zijn? Helaas, het ontbreekt me geheel aan een dergelijke eendrachtigheid. Integendeel, ik voel geen slechts deernis, it only raises a faint smile. Zou het anders zijn mocht ik mijn eigen geliefde betrappen op een dergelijk uitstapje? Misschien wel. Maar ook dat lijkt me niet onoverkomelijk. Ik maak me geen illusies over het mannendom, noch over het rijk der vrouw. Noch over het menselijke tekort. Of het teveel.
Soms bezorgt het ook mij een zonderlinge prikkeling, wat rond te dwalen in het land der rode lampjes, zomaar bij nacht, omsingeld door dat opdringerige leger van hitsige mannen, mij even in te beelden dat ik de dienst uitmaak als dame van plezier. Zou er een beroep zijn dat meer voldoening schenkt dan dat van hoer? Hoeveel tristesse wordt er aldus niet weggewerkt, hoeveel huwelijken gered, hoeveel wonden geheeld, hoeveel plooien gladgestreken in die vunzige achterkamertjes van het genot? Is dat niet de hoogste kunst, de nood te kunnen lenigen met de barmhartige warmte van je schoot? Misschien is het wel mijn ultieme droom, als een weelderige moeder Teresa troost te bieden via het vlees?
Raamprostituee, straatmadelief, dat zegt me niet zo veel, maar courtisane, onderwezen en onderlegd in de edele kunst van het behagen, het geprefereerde namiddaglief van zij die welgesteld zijn, een gedistingeerde geisha, een demi-mondaine met fijne maniertjes, dat lijkt me wel iets. Om nog niet te spreken van het financiële voordeel dat een dergelijk initiatief met zich zou brengen. Ha! Eindelijk die glanzende nertsmantel, champagne in mijn bad, die kralenketting van kostbaar parelmoer. Baden in weelde zoals de liederlijke, maar chique dames in Stephen Frears’ nieuwe film ‘Chéri’. Wijze vrouwen die weten waar het in de wereld werkelijk om draait. Die de spelregels kennen van het kaartspel van dames & heren, en daar schaamteloos hun voordeel mee doen.
Waarom ga ik niet spoorslags aan de slag? Moet ik mij ergens voor schamen? Is niet elke vrouw een dienares in het diepst van haar gedachten? Toen ik deze vragen opwierp tegen mijn geliefde, riposteerde hij: ‘Wat houd je tegen?’ ‘Jij’, antwoordde ik, ‘want waar moet jij dan heen met je stiekeme verlangens, als ik ook nog eens je meisje van plezier wil zijn?’
(verschenen in De Morgen Wax op 23 mei 2009)


0 comments:
Post a Comment