Roos Bachelier (41) schreef een boek over haar carrière als courtisane
Prostituee. Als het woord al niet beladen is met schande en schaamte, dan toch met misère. Vrouwenhandel, loverboys, Oost-Europese raamhoertjes die werken tegen een prikje, alleenstaande moeders voor wie dit de enige vorm van overleven is: dát is het beeld dat wij hebben van het oudste beroep. De Nederlandse Roos Bachelier, die sinds acht jaar werkt als luxeprostituee, wil tonen dat het ook anders kan. Dat het bedienen van hooggeplaatste heren niet alleen lucratief maar ook gewoon heel erg leuk en lekker kan zijn.

Onze weg naar Roos Bachelier verloopt als een filmscenario. We worden op de hoogte gebracht van haar bestaan door een Vlaamse vriend die beweert haar te kennen: “Intelligent geschreven boek, moet je checken!”, maar die verder in het ongewisse blijft over de aard van hun contact. Ook Roos Bachelier zelf haalt haar meest stoïcijnse gezicht boven als we vissen naar haar band met deze Vlaamse vriend. Discretie heet dat dan wellicht. Professionalisme.
Ze zou me ophalen aan het station in een voorstad van Rotterdam. Elk contact verloopt via de uitgeverij, het mobiele nummer van de high class prostituee zelf krijg ik niet te pakken. “Een lange brunette met een pony,” vertrouwt de dame van de uitgeverij me toe, “en ze draagt een rode jas.” Na een aantal rondjes in het station meen ik haar te spotten. Ze springt helemaal niet uit de band. Alleen haar dure tasje en laklaarsjes zouden eventueel iets kunnen verraden, maar enkel voor een scherpe observant. Zij kan elke Hollandse moeder zijn die straks haar kinderen van school afhaalt.
En dat is ze ook. Ze neemt me mee naar haar mooie herenhuis in een pittoresk hoekje van de stad, groet daar even de buurvrouw (“Hoi, ik heb straks nog een klant”) en stelt me daarna, terwijl we gezellig thee drinken in haar smaakvolle woonkamer voor aan Peter, een van haar vier kinderen. Een knappe knul van zestien die haar even later een knuffel komt geven als hij vertrekt naar zijn vader. Roos is ooit tien jaar getrouwd geweest, maar plots werd de huwelijkse staat haar te beklemmend. De kinderen wonen nu afwisselend een week bij haar en een week bij haar ex.
“Objectief gezien had ik een fijn huwelijk”, zegt ze me, “We hadden zelfs goeie seks. Althans, dat dacht ik toen. Later begreep ik dat het nog veel beter kon, na een aantal ervaringen die me helemaal van mijn sokkel bliezen. Mijn ex-man is een goeie vader, een hele stabiele persoonlijkheid, iemand waar je altijd op kunt rekenen. Maar op een dag kreeg ik het benauwd. Ik dacht: ik wil nog van alles uitproberen, ik wil niet sterven voor ik bijvoorbeeld eens met een vrouw heb gevreeën. Ik besefte toen dat ik misschien niet zo geschikt ben voor een rol als echtgenote. Ik wou vrij en onafhankelijk zijn, mijn eigen boontjes doppen.”
En toen besloot je dat je het wou uitproberen als luxeprostituee?
“Overdag werk ik als sales manager en dat verdient goed. Ik begon dus niet met dit werk uit financiële noodzaak, al is men snel gewend aan het comfort dat deze extra inkomsten met zich brengen. Prostituee worden was eigenlijk een meisjesdroom van me. Reeds als tiener las ik over het leven van de grote courtisanes: La belle Otero, La Paiva, Madame de Pompadour. Het sprak allemaal heel erg tot mijn verbeelding. Na mijn scheiding begon ik weer uitgebreid te daten, maar ik vond dat ik er na zo’n one night stand telkens wat bekaaid vanaf kwam. Ik hield aan een dinner date een volle maag over, terwijl de man in kwestie dankzij mij de lekkerste seks van de wereld had. Ik besloot mijn droom te laten uitkomen: ik werd prostituee. Eerst had ik mijn eigen klanten, na een paar jaar promoveerde ik mezelf tot courtisane en ging ik werken in de duurste nachtclub van Nederland, in De Haag.”
Vertelde je je kinderen over je bijzondere bijberoep?“Aanvankelijk niet, maar toen ik volop met dit boek bezig was, kon ik niet anders. Een van mijn zonen was al eerder op de hoogte. Een gefrustreerde ex had hem zonder mijn medeweten geïnformeerd. Mijn zoon was daar toen even niet goed van, heeft het daarna ook aan de maatschappelijk werkster op school verteld. Ik werd geïnterpelleerd door jeugdzorg, ze wilden Peter van me afnemen. Gelukkig is dit alles uiteindelijk goed afgelopen.
“Nu zijn mijn kinderen vooral trots op mij, ze vinden het stoer wat ik doe, dat ik omga met die hoge heren. Ik heb het boek ook aan hen opgedragen. Ze vinden het cool dat hun moeder er zo goed uitziet, helemaal anders dan de andere moeders die ze kennen. Mijn dochter heeft het boek hier bij me zitten lezen en moest vooral af en toe heel hard lachen. Voor hen is het echt no big deal (lacht).”
Is dat ook het statement dat je wil maken: een vrouw kan tegelijkertijd een goede moeder en een goede hoer zijn?
“Zeker. Ik zie een mens als een ruwe diamant, en alle facetten moeten gepolijst worden, aandacht krijgen. Ik ben moeder, dochter, zus, vriendin, buurvrouw, gedreven werknemer en ja, ook courtisane. Pas als ik alle facetten van mijn persoonlijkheid ten volle kan uitleven, voel ik me in evenwicht. Ik zie dit boek als een coming out, ik wil een positief verhaal brengen: het vak van courtisane is een edele kunst. Je moet sterk zijn, toegewijd, weten hoe mannen te plezieren. Het beeld dat meestal opgehangen wordt van prostituees klopt dan ook niet helemaal: veel meisjes die ik ken genieten echt van deze job, van hun onafhankelijkheid, van hun royale inkomen. Door de jaren heen heb ik de kneepjes van het vak geleerd, maar het is voor mij ook gewoon erg leuk werk: het is spannend, ik doe mensenkennis en levensinzicht op, en vooral: ik geniet er zelf ook van. In de beginjaren hield ik vast aan het cliché dat een prostituee zelf niet mag klaarkomen. Dat is nu wel anders (knipoogt).”
Zijn de bedkunsten van de bemiddelde Nederlanders die bij je passeren dan zo goed? Weten deze mannen ook hoe ze jou moeten behagen?
“Oh nee, mijn ondervinding zegt dat slechts vijf procent van de mannen echt goeie minnaars zijn. Met de rest is het pover gesteld. Het komt er dus op aan je zelf vooral te onderleggen in het seksspel. Ik heb heel wat gelezen over tantra, ik ken mijn lichaam vanbinnen en vanbuiten, ondertussen weet ik mijn orgasmen perfect te beheersen. Heel veel oefenen, je spieren trainen, daar komt het op aan. Al is een goede minnaar, die weet hoe een vrouwenlichaam te bespelen, nog altijd het summum natuurlijk.
“Seksuele energie is voor mij de basis van alles, de voedingsbodem voor mijn levenskracht. Ik heb altijd een hoog libido gehad, maar ik geniet vooral van het spel, dat ik na al die jaren perfect onder de knie heb. De macht die ik over mannen heb, dat is echt kicken. In mijn clientèle zitten politici, vastgoedmagnaten, drugsbaronnen, allerlei zakenmannen, BN’ers, zelfs een schrijver. De meesten ken ik al jaren, ze zijn ondertussen vrienden geworden.”
Geloof jij nog in de liefde, na alles wat je hebt gezien?
“Het hangt ervan af wat je met liefde bedoelt. Waar ik alvast niet meer in geloof is de monogamie. Mensen zijn in wezen niet monogaam. Ze zoeken avontuur, verleiding. In mijn boek zit een behoorlijke portie rebellie: mijn verhaal staat haaks op de burgerlijke moraal. Slechts een enkeling is levenslang gelukkig in een exclusieve relatie. Mensen proppen zichzelf in het keurslijf van het huwelijk, en kunnen daarna geen afscheid meer nemen van hun keurig ingerichte leven. Meestal zie ik dat koppels elkaar mettertijd ongelukkig maken. Ik zie heel veel ellende, opgekropte frustratie, oneerlijkheid. Die hypocrisie, daar wil ik komaf mee maken. Bij mij kunnen mannen terecht met hun duistere verlangens en dat werkt zeer bevrijdend.”
Heel ontroerend in het boek vond ik het verhaal over Jan Geert, de spastische man die jij de meest romantische nacht van zijn leven bezorgt. Even zien we de weke, kwetsbare kant van Roos bovenkomen. Is dat een facet dat je doorgaans goed verstopt?
“Ik bewaak mijn grenzen inderdaad goed. Als ik het gevoel heb dat een man een spel met me tracht te spelen, dan gaat de deur onherroepelijk dicht. De relatie met mijn klanten is in de eerste plaats zakelijk, en staat los van mijn privéleven. Thuis kan ik me wel kwetsbaar opstellen, bij mijn kinderen ben ik mijn ongepantserde zelf, en ook bij Paul, mijn huidige grote liefde. Paul is een getrouwde Parijzenaar die om de paar weken een weekend hier komt logeren. We voelen elkaar perfect aan, zowel lichamelijk als geestelijk. Bij hem kan ik helemaal mezelf zijn. Hij noemt me ook ‘zijn vrouw’. Voor mij is dit de pure liefde: we zijn niet aan elkaar gebonden door een huwelijk, door kinderen, door praktische of economische banden. We kiezen voor elkaar in alle vrijheid, telkens opnieuw, en laten elkaar ook vrij. We mogen beiden andere relaties hebben. Ik wil geen beslag op hem leggen, ik wil hem alleen maar gelukkig zien. Zolang hij van me houdt en in Parijs woont, vind ik het goed. Maar op het moment dat zijn sokken in mijn wasmand komen te liggen, heb ik het gevoel dat er iets helemaal mis gaat. Dat is me toch te intiem (lacht).”
Roos Bachelier, ‘Beminnen als beroep: mijn carrière als courtisane’, Uitgeverij Prometheus, 2010
* Roos Bachelier is een pseudoniem. Ook de andere namen in het boek en in dit artikel werden om privacyredenen gefingeerd.
(dit artikel van Annelies Vanbelle/Rafaela verscheen in De Morgen Wax - foto: Hollandse Hoogte)