Monday, November 02, 2009

En de liefde dan

Het zou aan de sterren liggen, zeggen astrologen. Het is het failliet van de monogamie, zeggen anderen. Het is wat het is: rondom mij zakt de ene na de andere relatie in puin. Toeval of niet: al die relaties zijn tien à vijftien jaar oud, al dan niet gezegend met een of twee kinderen. Allemaal dertigers of veertigers, kinderen van de hogere middenklasse. Ik zie ze tasten naar ijkpunten, naar antwoorden, naar richtingaanwijzers. Want wat was die liefde nu alweer? Hoe moest dat ook alweer?
Dat hebben we niet op school geleerd. Er was zoiets als seksuele opvoeding, dat wel. Zelfs vandaag nog: seksgidsen bij de vleet. Ze worden ons door de strot geramd. Maar hoe dat moet als de liefde hapert, dat heeft niemand ons getoond. Zelfs onze ouders niet. Vaak zijn ze nog samen, in een stilzwijgende alliantie. Een soort berusting die een beetje vurige dertiger met verwondering slaat. Het is mooi als het nog steeds liefde is. Als die ogen nog steeds twinkelen, zelfs na zestig jaar. Het is triester als het op onverschilligheid lijkt, als alles op automatische piloot lijkt te verlopen, als een soort machinerie die zichzelf willens nillens draaiende houdt. Het is nog triester als het koude oorlog is.
Hoe dan ook: hierover praten is taboe. Niemand doet zijn mond open over de hindernissen die het huwelijk inhoudt. Niemand legt uit hoe je om moet met de sleur, met vertwijfeling, de verveling. ‘Nog en nog en nog ben jij mijn liefste. Tot vervelens toe.” Het is een mooie dichtregel van Leonard Nolens, maar in de realiteit heeft niemand wat aan die romantiek. In de realiteit bloedt tegenwoordig teveel dood. Te verschillend, te weinig seks, gewoon de rek eruit, uit elkaar gegroeid. Clichés te over. Doorzettingsvermogen te weinig.
Wij bezitten die kunst van de berusting niet meer. De kunst van de aanvaarding. Wij belijden niet meer de religie van de opoffering. Wat hoogtij viert is de persoonlijke ontwikkeling, het zoeken naar steeds nieuwe prikkeling. Van huwelijkshuishoudkunde hebben we geen kaas meer gegeten. Als de investeringen niet meer genoeg renderen, leggen we onze middelen elders te week. Economisch handelen en denken, keuzes maken omdat men niet alles tegelijk kan hebben, dat is een echo uit lang vervlogen tijden. Toen ook elke frank moest worden omgedraaid. Wij kennen de schaarste niet meer. Wij kennen alleen de overvloed aan mogelijkheden, de keuzestress, de verteveeling.
Misschien moeten we iets leren van zij die het kunnen weten. Een vrouw en een man van midden de vijftig, beide verwoede rokken/broekenjagers die al hun hele leven de passionele escapades aaneenrijgen. Hij ligt te bed met het broken heart syndrome: lijf en geest verteerd na de zoveelste romance. Als hij zijn leven overschouwt ziet hij vooral veel leegte en te weinig liefde. En een steeds verder woekerende eenzaamheid. De vrouw daarentegen heeft haar eindeloze reeks redeloze amourettes naast zich neergelegd en laat voor het eerst haar rede spreken. Met haar nieuwe partner is het geen verliefdheid of passie, maar economie: geven en nemen, een ruilhandel van kwaliteiten, het inleveren van idealen ten voordele van de symbiose, het dagelijks werken aan het evenwicht. Er gaat een nieuwe wereld voor haar open. Zij begrijpt voor het eerst in haar leven wat een ‘relatie’ is.

(voor S., V., B., P., J., C., I., D., R., M. en zovele anderen)

(uit De Morgen Wax 31/10/2009)

(beeld: Rafaela)

Wednesday, October 28, 2009

Expo: Tears of Eros


Henri Rousseau - The Snake Charmer (1907)
The exhibition takes its name from Les Larmes d'Éros (1961), Georges Bataille's last book before his death and his final contribution on a theme he had researched in depth in Eroticism (1957): the intimate relationship between Eros and Thanatos, between sex drive and death instinct.
sacred. To explore the intimate relationship between Eros and Thanatos, the mythological figures in the exhibition are almost narrative sequence, moving forward from innocence to temptation, from temptation to the torment of passion, and ending in atonement and death.
Museo Thyssen-Bornemisza
Paseo del Prado, 8. 28014 Madrid.
From 20 October 2009 to 31 January 2010.

Monday, October 19, 2009

Het is

Het is die geur, die oogopslag.
Het is de troost van de herkenning.
Het is niet slapen, niet eten, niets uitvreten.
Het is daar waar de rede faalt en de redeloosheid het haalt.
Het is die andere wereld. Dat duistere, onkenbare, efemere.
Het is dat wat taal ontglipt.
Het is buitensporigheid, rusteloosheid, schaamteloosheid.
Het is dat wat niet mag. Het is dat wat hij vermag.
Het is haat om zijn bestaan. Het is dat wat niet zou mogen bestaan.
Het is zijn tanden willen voelen. Het is willen bloeden.
Het zijn de tranen die vloeien. Bij slechts één blik.
Het is het spel dat je niet wil spelen.
Het is vrijwillig verdrinken. In zijn oeverloze meren.
Het zijn onstuimige zeeën. Het zijn onbezochte innerlijke steden.
Het is bezetenheid. Het is je laten bezetten. Het is willen bezitten.
Het is een zeef waar alles doorheen valt. Alles wat hij niet is.
Het is zijn stoten, dat rechtstreeks tot je ziel spreekt.
Het is krijgen wat je altijd hebben wilde. En zoveel verloren zijn.
Het is willen vasthouden, en daardoor vernietigen.
Het is obsessie, manische depressie, zielscompressie.
Het is verslavend. Erger dan bittere chocolade, slagroomtaartjes en geestrijk water.
Het is vervoering, verrukking, vertering.
Het is het verlangen te worden verzwolgen.
Het is die ander als pannenlikker van je ziel.
Het is dat heerlijke beliegen. Het is dat al te treffende beeld in de spiegel.
Het is roofbouw, vampirisme, parasitisme.
Het is het Bargoens van verloren zielen, de paso doble van bodemloze wezens.
Het is de waanzin. Het is het vraagteken bij de zin.
Het is een vloek, een virus, een venijn.
Het is de remedie. Voor beddendood, ingeslapen levens en regelteven.
Het is de pantomime van twee hersenschimmen.
Het is de hoop op eindeloosheid.
Het is een ongezonde symbiose.
Het is romantiek, pathetiek, nefast voor de eubiotiek.
Het is het vluchtoord voor hemelbestormers, weekhartigen en extreme geesten.
Het is de belofte van een hof van Eden. Het is de nakende kater.
Het is niet zonder kunnen. En evenmin met.
Het is niets liever wensen. Het is hartsgrondig verwensen.
Het is verlost willen worden, en tegelijk bezeten blijven.
Het is het begeren. Het is de angst.
Het is de hemel. Het is de hel.
Het is ergens tussen God en de duivel.
Het is overmatige liefde. Het is haat.
Het zijn twee lichamen. En slechts één leven.
Het is niet raisonnabel. Maar o zo pardonabel.
Het is…
Passie.

(met dank aan alle gulle getuigen die me hun versie van de feiten leenden)

(verschenen in De Morgen Wax 17 oktober 2009)

Luisterverhaal: Theater!

Wilt u het zinnenprikkelende luisterverhaal horen dat Rafaela voorlas op het Festival Stout(st)e Dromen?

Dit en andere oor- & hersenmassages vindt u hier: For Your Ears Only

Friday, October 09, 2009

Stout(st)e dromen

Stout(st)e dromen wordt een zinnenprikkelend festival, met een flinke dosis grrrl power en de focus op seksualiteit. Speels en humoristisch, maar ook kritisch en rebels: dit festival pleit voor niets minder dan een nieuwe seksuele revolutie!

‘Stout(st)e dromen’ is een feministisch geïnspireerd festival. Het haakt aan bij de groeiende beweging van vrouwen, meisjes en queers die – in woord, beeld, muziek en daad – hun eigen verhalen vertellen over seksualiteit. In onze selectie hebben we gekozen voor positieve, creatieve en constructieve verhalen: de focus op goesting en plezier dus, en minder op het ongenoegen, al zullen er ongetwijfeld sporen van beide te vinden zijn in het programma.

Benader dit festival gerust als een kookboek voor je (seksuele) belevingswereld. Jij blijft de baas in eigen keuken. Een vleugje dit en een snuifje dat, maak zelf je mix tot het water je in de mond loopt, want de beste recepten worden nog altijd geschreven met het puntje van je tong!

‘t Werkhuys & Zaal Jeanne (Antwerpen), zaterdag 10 oktober 2009, van 11u tot 22u30, after-party van 23u tot 4u

Organisatie: FC Poppesnor

Het programma: check hier (13u-14u voorleessessie Rafaela/sensOtheque!)

(beeld: Louis(e) de Ville)

Monday, October 05, 2009

Mannensabbat

Vergeef me. Ik zal u moeten teleurstellen. Geen ellenlange lofzang op de heerlijkheden van de man deze keer. Ik ben op mannensabbat. Even geen XY-chromosomen meer in mijn slaapvertrek. Alleen nog hete thee, kersenpitkussentjes en laakbare vrouwenlectuur. Ik heb het even gehad met dat hele schaakspel van dames en heren. Niet dat sommige specimens van het andere geslacht mij niet in de hoogste regionen brachten, ho nee. Maar genialiteit in de bedstee blijkt soms haar keerzijde te hebben. En grenzeloze devotie in het liefdesspel betekent vaak een tekort in andere divisies. Dat moet een vrouw die zich te goed doet aan de lekkernijen des levens tot haar scha en schande ervaren.
Uiteraard is niet elk heerschap even scha(n)delijk: de rangschikking gaat van een tikje duivels tot ondraaglijk diabolisch. Met stip op nummer één in de lijst van te mijden vrijers: verslaafden. Alcoholverslaafden (die beschonken sms’jes zijn onwijs geil maar ik begrijp er verder niets van), gokverslaafden (hier met die bankbiljetjes, beter besteed aan dat tasje van slangenleer!), drugsverslaafden (no comment needed), aandachtsverslaafden (telkens die litanie voor hij dat apparaat van hem klaar krijgt: “ja, je bent een mooie man en je hebt de prachtigste penis van de wereld”). In dezelfde serie: seksverslaafden. Begint mijnheer al te hijgen als je nog maar knippert met de ogen? Rechtsomkeert maken, dames. Binnen de kortste keren raakt hij je niet meer aan zonder gore pornofilm in het vizier, of lig je te rollebollen met een zwaarlijvig koppel uit Zeveneken. Alles voor de kick, nietwaar?
Nog op de blacklist: betweters (let op als ze je aanspreken met “meisje”, ook al ben je de vijftig gepasseerd) en zij die zichzelf inzetten als wisselbeker. ‘Als jij niet wil, dan leg ik het wel aan met dat leuke vriendinnetje van je. Zolang ik mijn ballen maar te week kan leggen. Maakt niet echt uit in welk vijvertje.’ Evenmin te vergeten: mee-eters. Ze overstelpen je met cadeautjes en weten alles van ophemelen, verheerlijken en adoreren. Maar voor wat hoort wat. Want voor je het weet heb je geen leven meer, omdat ze als een bloeddorstige teek op je teren. Wee je gebeente dus als ze ongemeen lief zijn. Al snel zijn ze gemeen als jij niet lief bent.
Om het rijtje af te maken: egoïsten (er bestaan ook zinnen die niet beginnen met ‘ik’), viezentisten (voor coprofagie: gelieve u tot de andere kassa te wenden), narcisten (nee, ik val niet zomaar in zwijm, arrogantie moet je verdienen), masochisten (waar is mijn naaldhak nu weer gebleven?), sadisten (die trillende, klamme handjes van de would-be machtswellusteling) en fetisjisten (mag ik eens wat anders om dan dat idiote verpleegstersschortje?).
Samengevat: foute mannen. Maar wat is een foute vrouw dan, vraagt u zich terecht af. Wel, liefste lezers: dat ben ik. Ik en alle vrouwen met mij die al deze foute mannen met hart en ziel, en tot in de diepste vezel van hun lijf, hebben liefgehad. En die dit nog zullen doen. Opnieuw en opnieuw. Omdat in velen van ons een zorgzuchtig verpleegstertje schuilt. Een Florence Nightingale met een zwak voor losers en demonen, voor gangsters en zielenpoten. Een moeder Teresa die zich volgaarne ontfermt over deze verdorvenen der schepping. Tegen beter weten in.
Tiens. Terwijl ik dit stukje tik rolt een berichtje binnen: “Ik hoor dat je zo triest bent. Kan ik je enige troost bieden?” Klinkt als: een verse sollicitant. Misschien moet ik dit toch maar even uitvlooien. Wie weet met welke parafilie die nu weer behept is. De sabbat zal voor later zijn. Voor als ik uitgewoond, grijs en gerimpeld ben.

(deze column verscheen in De Morgen Wax op 3 okt 2009)

(beeld Marlene Dumas, 1988)

Saturday, September 26, 2009

'Les Beaux jours' ~ Balthus



Ze ligt langgerekt in een chaise longue. Daglicht valt aarzelend binnen op haar rechter gezichtshelft en haar ranke leden. In de spiegel bekijkt ze zelfbewust haar schaduwzijde. In een andere hoek van het schilderij knielt een man voor de open haard. Beiden lijken op te gaan in hun eigen bezigheid. Niets is minder waar. Want wat zich hier werkelijk afspeelt is dit: het meisje, gespeend van de pudeur van een volwassen vrouw, en nauwelijks bewust van haar ontluikende seksualiteit, plaagt en verleidt. De man maakt het vuur aan als een soort surrogaathandeling. Het is ersatz voor dat wat niet mag: de al te prille vrouwenlust aanwakkeren. Vast van plan om zijn vingers niet te schroeien, grijpt hij zich vast aan de schouwmantel. Hij voert een gevecht tussen begeerte en zelfbeheersing. Het meisje is de zondeval, de man een wilde die ternauwernood is gedomesticeerd. Het schouwspel druipt van de ingehouden spanning. Er heerst een broeierige hitte die haast verstikkend is. In de cocon van deze kamer gebeurt dat wat het daglicht niet verdraagt.
‘Les beaux jours’ is een werk van Balthus (1908-2001), de zwijgzame schilder die vertikte zijn werk uit te leggen. Is de man aan de schouwmantel Balthus zelf, die zich weet in te tomen door kunst, die al zijn foute lust probeert te sublimeren? Was hij werkelijk die verguisde efebofiel, iets te hevig gelonkt door lolita’s en ontluikende nimfen? Een stuk van het antwoord vinden we bij Odile Emery, die model stond voor ‘Les Beaux jours’. In een interview uit 1985 vertelt ze dat ze ongeveer veertien jaar was toen ze een onbekende man hoorde zeggen: “J’aimerai la peindre, celle-là!” Het oog van Balthus haperde aan haar toen ze met leeftijdsgenootjes speelde bij gemeenschappelijke vrienden in Fribourg. Ze ging een drietal keer poseren bij Balthus thuis, de eerste keer met haar gouvernante als chaperonne, daarna alleen. Odile Emery, die zich naar eigen zeggen toen nog vooral bezighield met ‘touwtjespringen’, was erg geïmponeerd door die donkere, somber ogende man die mysterieus om haar heen draaide. Hij installeerde haar op de divan in een zeer gekunstelde houding, stopte haar slofjes toe in plaats van schoenen, en een spiegel. Daarop schoof hij haar jurk omhoog en maakte hij de halsuitsnijding ruimer. Ze voelde zich onbehaaglijk bij het stilzwijgende gebeuren en die vreemde gymnastiek. Eigenlijk wilde ze zo snel mogelijk naar huis.
Odile Emery was deze episode uit haar jeugd totaal vergeten tot ze zoveel jaar geleden via een bevriend kunstenaar een catalogus in handen kreeg van een Balthus-expo in Beaubourg. Toen realiseerde ze zich pas dat die ‘Monsieur de Rola’ van destijds een heel bekende schilder was geworden. Haar portret laat zeker geen treffende gelijkenis zien, zegt ze. Herkenbaar is de morfologie van haar benen, handen, armen en haar hoge voorhoofd, maar meer niet. Ook het haardvuur en de heer waren er in werkelijkheid niet. Ze blijken geheel ontsproten te zijn aan de fantasie van Balthus, en daardoor des te metaforischer.

Odile Emery (geboren in 1931, als Odile Bugnon) is nu 78 jaar. Ze was een vooraanstaande gaste op de opening van de grote overzichtstentoonstelling van Balthus op 16 juni vorig jaar in Martigny, Zwitserland.

Balthasar Klossowski de Rola (Balthus)
‘Les Beaux Jours’
1944-46
Olie op doek

(dit stuk verscheen in De Morgen Wax op 12 sept 2009)

Sunday, September 20, 2009

Lering en vermaak

Er was een onwelvoeglijk besje dat er in alle intimiteit had naar zitten staren, en zo overweldigd was dat ze het de wereld in moest sturen. Het instructieve filmpje rolde als een lopend vuurtje doorheen de hele vriendinnenkring. En daar bleef het niet bij. Ook het bijhorende manvolk werd meegesleurd in dit rondje seksles. Veel ‘oe’s’ en ‘aaah’s’ en aha-erlebnissen, zelfs bij belegen talent en na jarenlang bedcontentement. Herenhanden rolden deegflapjes, de monden slurpten aan sappig fruit, lichamen krulden van genot. Hier en daar weerklonk een ‘hallelujah!’ en sommigen hadden nog nooit zoveel pret.
‘Pussy eating lesson’, een educatief videoclipje op YouPorn, de oneerbare tegenhanger van YouTube, toont Nina Hartley, een pornoactrice met renommee, die een jongere, niet onaantrekkelijke dame hanteert als sex test dummy. Sec, zonder zweempje sensualiteit, maar met een technische kennis zonder weerga instrueert ze de kijkers in het alfa en omega van het sponsjesknijpen. Het filmpje wist menig vrouwenhoofd en -lijf te prikkelen. Niet vanwege het opzwepende karakter, maar omdat dit soort rechttoe rechtaan, haast klinisch onderricht vooralsnog zeldzaam en daardoor zeer welkom is.
Al te vaak nemen wij immers het seksuele en sensuele quotiënt van onszelf en onze bedpartners for granted. Soms gaat seks vanzelf, voel je elkaar feilloos aan en reik je moeiteloos naar de hemel. Veel vaker is er na de gretige wittebroodsperiode nood aan wat bilateraal overleg. Helaas gebeurt dit maar heel zelden. De machine ‘man’ is eenvoudig te bedienen: even op het aan- en uitknopje drukken en die stuurknuppel kundig ter hand of ter lippen nemen. Afgezien van een aantal curiosa der schepping kun je hiermee het gros van het herenrijk buitengewoon bevredigd stemmen. Het complexe vrouwenhoofd echter wordt zelden uitgelegd, het al even complexe vrouwenlijf blijft grotendeels onbezocht. Soms willen we zoet en zacht. Soms willen we hard en ongenadig. Vaker willen we tederhard en dwingendzacht. Maar alleen als de maan en het hoofd niet te vol zijn, de lakens vers gesteven en de koters veilig weggestopt in bed. Raak daar als plichtsgetrouw heerschap maar eens wijs uit. Je zou je voor minder eens in het kwijnende kruis krabben.
Tenzij jouw bedgenoot behoort tot het handvol mannen dat braille kan lezen (ja, ze bestaan!), zit er niets anders op dan die bronstige leerjongen van je bij het handje te nemen. Bied je lichaam aan als lessenaartje en laat hem dat flamoesje maar eens goed onderzoeken. Opwellen, aflekken, de raadsels van vermenigvuldiging, de grotjeswortel trekken. Werk educatief verantwoord: bij een foute uitkomst: niet tikken op de vingers! Als de rekening klopt: belonen met een kreuntje van de juf. Beetje weinig opwindend misschien, maar hoezeer zul je hier de vruchten van plukken. Voor je het weet schreeuw je het hele firmament bij elkaar.
Voortaan is het dus seksles in de al dan niet echtelijke sponde. Laten we het heertje maar eens dresseren. We gaan er prat op om op alle mogelijke terreinen vrijgevochten te zijn, maar in bed leggen we ons neer bij het geklungel en gepruts omdat we hem ‘o zo gaarne zien’. Schuif zijn weerspannige ego dus opzij en maak hem wijs dat échte mannen leergierig zijn. En vertel caveman vooral niet, terwijl hij zorgvuldig je spelonkje in kaart brengt, dat je plots schandelijk veel zin hebt om zonder veel omhaal genadeloos genomen te worden.

http://youporn.com/watch/200577/pussy-eating-lesson/

(beeld: Marlene Dumas)

Wednesday, September 16, 2009

TicKL Erotic Cabinet #4

TicKL #4. The Dickstravaganza Issue.

Puur. Sensueel. Intiem. TicKL is het onafhankelijke en kinky magazine van Carmen De Vos. Een boekje vol wufte Polaroids en verrassend zwoele confidenties. Een erotisch kabinet dat swingt als een Afrikaanse tiet. Geil maar hartverwarmend. Huisvlijt naast professionaliteit. TicKL is ontluisterend wellustig, resoluut kunstig en tegelijk zeer geestig; het resultaat van een wulps verbond tussen Polaroid en erotiek.

We blow minds, and we are good at it!

De TicKL-poel van verderf werd deze keer met graagte gevuld door onder andere Michaël Borremans die ons in 15 eigenzinnige Polaroids leert hoe zijn verfkwast te beroeren. Liliane Vertessen voert ons terug naar de zalige jaren ’70 alwaar ze zich geheel genotziek in spannende pakjes placht te wurmen. Frédéric Fontenoy ontvangt ons in zijn privé-bordeel aan de rand van de stad en het splinternieuwe talent, de heer Thomas Zamolo, bewijst met zijn beeldverhaaltjes dat zijn geest zo ziek is als die van de rest van ons.

Meer dan 20 oververhitte artiesten en schrijvers (waaronder sensOtheques bloedeigen Rafaela met een allersappigst verhaal) portretteren zichzelf in hun eeuwige toegeven aan lust.

Wie kan daaraan weerstaan? U toch niet.

16 euro (excl. portkosten), bestel hier of mail je gegevens naar info@sensOtheque.com

Monday, September 14, 2009

Plaisir d' amour, chagrin d'amour

Over het verdriet van de liefde

‘Plaisir d'amour ne dure qu'un moment, chagrin d'amour dure toute la vie’. Brigitte Bardot, Mireille Mathieu, Nana Mouskouri en vele anderen plengden hun liefdesverdriet in dit achttiende-eeuws liedje, waarin een zekere Sylvie haar liefde vergelijkt met een beminnelijk beekje, dat immer zal blijven stromen. Helaas, voor de onfortuinlijke manspersoon die haar begeert: het beekje stroomt zoals tevoren, maar de poëtische deerne heeft haar hart aan een ander verloren. En zo gebeurt wat velen van ons telkens opnieuw overkomt: we verdrinken in iemands blik, tillen elkaar op en gaan blind geloven in een hemelhoog sprookje. Tot de eerste barstjes verschijnen, het ideaal zijn glans verliest en het sprookje vaak van klatergoud blijkt te zijn. Regelrecht van de hoogste extase naar de diepste wanhoop. We krijgen geen brok meer door de keer, laten onze slaap en worden huilerige hoopjes ellende. Waarom doet het zo gemeen veel pijn als we ontwaken uit de idylle?

Veel therapeuten weigeren patiënten te behandelen die in de acute fase van hun verliefdheid zitten, omdat ze te waanzinnig zijn om iets mee aan te vangen. Dat is begrijpelijk. De al te opwekte stemming, het ferm opgekrikte eigenbeeld, de niet te blussen levenslust, die gepaard gaan met verliefdheid, zijn soms al te gek voor woorden. Maar ook de keerzijde van de medaille, het diepe dal van liefdesverdriet, zorgt ervoor dat ons geestelijk evenwicht geheel zoek is. Het veroorzaakt eindeloos gepieker, een verlies van levenslust en eigenwaarde, en een totaal dooreengehaspelde identiteit. Zielen die vertoeven in een verliefdheidswaan bevinden zich in een psychische wildwaterbaan waar bipolaire stoornissen een puntje aan kunnen zuigen.
Verliefdheid en psychische aandoeningen zijn volgens wetenschappers chemisch inderdaad moeilijk van elkaar te onderscheiden. Zo onderzocht Donatella Marazziti, hoogleraar aan de universiteit van Pisa, de biochemie van heftige verliefdheden. Ze vergeleek het serotonineniveau van de verliefden met dat van een groep lijders aan dwangneurosen en met een neutrale controlegroep zonder afwijkingen. Serotonine is een van de bekendste neurotransmitters bij de mens. Er wordt vermoed dat mensen die lijden aan dwangneurosen een verstoorde serotoninebalans hebben. Het bleek dat het serotoninegehalte bij zowel dwangneurotici als verliefden veertig procent lager lang dan bij de controlegroep. Wat mogelijk betekent dat verliefdheid en dwangstoornissen neerkomen op een gelijkaardig chemisch profiel. De preoccupatie van een verliefd iemand met het object van zijn liefde heeft inderdaad veel van doen met het gedrag van dwangneurotici. Verliefden fixeren zich op hun geliefde en blijven alles wat met hem of haar verband houdt steeds maar malen en herhalen. De ontmoetingen spelen zich af in hun hoofd in repeatmodus en ze zouden een bericht van hun beminde wel tientallen keren herlezen.

De liefdesverdrietconsulent
Het spreekt voor zich dat als de liefdesrelatie plots een einde kent, de chemische balans in het hoofd en lijf danig van slag is. Een afgebroken verliefdheid creëert een heuse afkick. Verliefdheid gaat immers samen met een wervelwind aan stimulerende stoffen in de hersenen. Bij een verbroken liefde verdwijnen die stoffen plotseling en dat laat ons geheel ontredderd achter. De persoon waarop je je een lange tijd hebt geconcentreerd, onttrekt zich plots aan je vizier, en dat zorgt voor aardig wat desoriëntatie en verdriet. Met je geliefde verlies je ook een deel van jezelf. De rozige bril waardoor je de wereld bekeek, zakt plots van je neus, en alles ziet er anders uit. Zonder liefde lijkt de wereld hard, kil en eenzaam.
Nederlander Roel van Duijn zag in al die minnepijn braakliggend terrein. In een vorig leven was hij politiek actief (o.a. Provo, de Kabouterpartij en De Groenen), maar toen hij na een verbroken relatie verzonk in een bodemloos vat van liefdesverdriet, besloot hij zichzelf te genezen door een boek te schrijven. Dat werd ‘Liefdesverdriet’, waarin hij elf modellen voorstelt om je verloren liefde te overwinnen, van praten met lotgenoten tot het op zoek gaan naar een ander. Sindsdien werpt van Duijn zich op als de voorlopige enige echte ‘liefdesverdrietconsulent’ in Nederland, die ondertussen honderden wanhopige zielen over de vloer kreeg. Hij pleit ervoor om liefdesverdriet te gaan zien als een heftige ontregelende aandoening waarbij een mens wel wat professionele hulp en liefdevolle aandacht kan gebruiken. De omgeving doet er vaak meesmuilend over - want zoveel wanhoop en verdriet is ongemakkelijk en ongepast in een prestatiemaatschappij waar ratio de boventoon voert - maar volgens van Duijn kun je liefdesverdriet vergelijken met een echte depressie. Zelden zijn mensen somberder, tot aan het suïcidale toe, dan wanneer ze lijden aan lovesickness.
Roel van Duijn vindt daarom dat liefdesverdriet maatschappelijk erkend moet worden als een ernstige kwaal, waarvoor het zelfs mogelijk moet zijn ziekteverlof te nemen. Vooraleer hij zijn doel bereikt is er allicht nog veel werk aan de winkel. Want of bedrijven daarvoor openstaan is nog maar de vraag. Denk maar aan de relatiehopper, die om het half jaar van liefje wisselt. Zou een werkgever dan nog evenveel begrip hebben voor dat tomeloos verdriet? Wellicht niet. En hoe diep gaat de tristesse? Is dit niet bij iedereen verschillend? Een relatie van twintig jaar zal ongetwijfeld pijnlijkere wonden achterlaten, dan een romance van een paar maanden. Bovendien gaan we er allemaal verschillend mee om. Uit een onderzoek dat van Duijn liet uitvoeren in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam bleek alvast een duidelijk onderscheid tussen de omgang van mannen en vrouwen met verbroken relaties. Mannen koesteren langer hoop dat het weer goed komt, en blijven langer terugverlangen naar hun geliefde dan vrouwen. Vrouwen zijn doorgaans kraniger, realistischer en koesteren minder vaak hoop op herstel.

Vrouwen praten, mannen drinken
Er blijkt dan ook een duidelijk verschil in de ontsporing die liefdesverdriet veroorzaakt bij mannen en vrouwen. Gert ter Horst, neurobioloog aan de Rijksuniversiteit Groningen, stelde vast dat mannen vaker hun toevlucht zoeken in drank en drugs, terwijl liefdesverdriet bij vrouwen de deur wagenwijd openzet voor een depressie. Vrouwen zijn volgens hem gevoeliger voor stress en depressies door de hormonale schommelingen waaraan ze onderhevig zijn, die een invloed hebben op het functioneren van hun brein. Hierdoor mondt liefdesverdriet bij vrouwen twee tot drie keer vaker uit in een depressie dan bij mannen. De uitgelezen remedie bij vrouwen om de neerslachtige gevoelens tegen te gaan is praten en knuffelen. Vrouwen kunnen stress perfect counteren als ze zich sociaal geruggensteund en geborgen weten, bij mannen maakt dit geen verschil uit, ondervond Gert ter Horst. Praten over liefdesverdriet heeft voor vrouwen dus een positief effect, zolang het maar niet uitmondt in een ellenlange klaagzang die nimmer een einde kent. Want dan deinst zelfs het liefste luisterend oor terug. Liefdesverdriet is iets wat snel irriteert, door de pathetiek en de paniek die ermee gepaard gaan, en die voor een nuchter iemand totaal uitzinnig lijken.
Nochtans hebben we hier niet zomaar te maken met een banaal staaltje aanstellerij. Uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam blijkt immers dat een kwart van de mensen met liefdesverdriet kampt met symptomen die verwant zijn aan een Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS). PTSS wordt vastgesteld wanneer er sprake is geweest van een abnormale menselijke ervaring waarbij iemand getuige of slachtoffer is geweest van de dood of een ernstig fysiek letsel. Hiervan is bij liefdesverdriet uiteraard geen sprake, maar uit dit onderzoek blijkt dat PTSS-symptomen zoals slaapproblemen, prikkelbaarheid of woede-uitbarstingen en concentratieproblemen zich evengoed voordoen bij liefdesverdriet. Bij de helft van de ondervraagden waren de stresssymptomen in meer of mindere mate aanwezig, en in een kwart van de gevallen zelfs in ernstige mate. De stressstoornis bij liefdesverdriet lijkt in heftigheid op die na een trauma.

Een gebroken hart
Dat we dus niet lichtzinnig moeten omgaan met dat gekneusde hart van onszelf of beminde, blijkt uit deze bevindingen, maar ook uit de drie graden van liefdesverdriet die consulent Roel van Duijn onderscheidt, van gezond verdriet tot dodelijke wanhoop. Eerstegraads liefdesverdriet gaat volgens hem gepaard met weemoed en spijt, met intens gemis, maar ook met opluchting: tijd voor een nieuw hoofdstuk in het leven. Tweedegraads verliefdheid is beklemmender: de verliefde lijdt aan fantoompijn. De gedachten aan de ander houden niet op, het verdriet achtervolgt hem en wordt een obsessie. De pijn behouden betekent immers dat er tenminste nog ‘iets’ rest met de ex. Het laatste en ernstigste stadium is de derdegraads verliefdheid, die kan leiden tot zelfmoord en zelfs hartaandoeningen, ook wel het ‘broken heart syndrome’ genoemd. Dit syndroom lijkt op een hartaanval: pijn op de borst, kortademigheid en vocht in de longen. Hoewel de meeste aanvallen van het ‘broken heart syndrome’ omkeerbaar zijn, in tegenstelling tot een echte hartaanval, kun je dus werkelijk sterven aan een gebroken hart. Volgens cardiologen zou een kwart van de hartaanvallen hun oorsprong vinden in een mentaal lijden, zoals depressie of liefdesverdriet.
Het blijkt dus dat chagrin d’amour niet alleen een heel leven kan duren, maar ook kan leiden tot de dood. Of we hierom moeten nalaten ons hart te verliezen? Laten we geen gehoor geven aan dit doemscenario, en ons laven aan de woorden van Bataille: “Ik hoop dat ieder mens zich in zijn leven eens radicaal verliest, al is het maar één keer.”

(uit De Morgen Wax 12/09/09)

Verliefd, verdoofd, verzot

Over de waanzin der verliefdheid

Als hij ons aanraakt, gaan alle haartjes op onze huid terstond rechtop staan. Als de gsm overgaat, en zijn naam verschijnt, maakt ons hart een bokkensprong. Elk samenzijn is euforisch, elke verwijdering een regelrechte kwelling. We slapen en eten amper, voelen een ongekende energieboost, zijn levenslustiger en creatiever dan ooit. Dat de rest van de wereld ons meewarig aankijkt, kan ons geen zier schelen: het leven is mooier dan ooit tevoren, en niemand zal deze idylle verstoren. In nuchtere toestand lijken dergelijke uitspattingen krankzinnig, terwijl ieder van ons de gekste dingen heeft gedaan uit liefde. Waarom kunnen we die chemische storm die verliefdheid ontketent zo moeilijk weerstaan? Wat drijft ons in deze verliefdheidsval?

Wie een panoramisch beeld wil van verliefdheid moet er ‘Uit de taal van een verliefde’ (1977) van Roland Barthes eens op nalezen. In meer dan tachtig hoofdstukken ontleedt hij met een haarscherp mes de veelgelaagde gedachte- en gevoelswereld van de verliefde ziel. Zelden heeft iemand dit fenomeen zo nauwgezet met een vergrootglas bekeken. In prozaïscher bewoordingen komt verliefdheid echter hierop neer: een gevoel waarbij je aandacht volledig is gericht op één iemand. Je waarneming versmalt en wat zich in je omgeving afspeelt is van ondergeschikt belang. Bij de aanblik van je geliefde voel je vlinders in de buik. Je hart gaat sneller kloppen, je hebt knikkende knieën en trillende handen. De ander is uniek, onvervangbaar en bovenal ontzettend knap. Je zou elkaar wel elke dag de kleren van het lijf willen rukken. Als je geliefde even niets van zich laat horen, ligt je maag in een knoop en voel je een misselijk makende leegte. Je bent vaak verward en afwezig, en kunt je moeilijker concentreren op je job en andere dagdagelijkse zaken. Welkom in de hemel en de hel, in het heerlijke maar bedrieglijke universum der verliefdheid.

Want het motortje van de liefde, eenmaal op gang gekomen, begint ijlings nieuwe en steeds aantrekkelijker eigenschappen bij de geliefde te ontdekken. Een half woord van hem is genoeg om wijde velden van kennis en inzicht te suggereren – en waarom ook niet: zo’n onbekend terrein laat zich nog eindeloos bevolken met illusies zonder dat ze op weerbarstige feiten stuiten. (Renate Rubinstein in ‘Liefst Verliefd’)

Sukkel wordt prins
Volgens Ad Vingerhoets, hoogleraar psychologie aan de universiteit van Tilburg, is de evolutionaire functie van verliefdheid misschien de volgende: een tijdelijk stopmechanisme dat ervoor zorgt dat we ophouden met het zoeken naar de ideale partner. “Als je op zoek gaat naar de mooiste en liefste, kun je
wachten tot je een ons weegt”, zegt hij. “Als gevolg van verliefdheid stellen we ons tevreden met minder dan het ideaal en zijn daar toch gelukkig mee. Grofweg gesteld wordt de sukkel getransformeerd in de prins op het witte paard.” Verliefdheid maakt blind. De minder goede kanten van de ander worden wijselijk aan je blik onttrokken.
Uit hersenonderzoek blijkt dat deze aantasting van het beoordelingsvermogen een biologische oorzaak heeft. De activiteit van de amygdala, de amandelvormige kern in de hersenen waar gezichtsuitdrukkingen en angst worden verwerkt, blijkt tijdens een verliefdheid sterk geremd. Dit zorgt ervoor dat we onze waakzaamheid verlagen, waardoor we iemand sneller gaan vertrouwen, een essentiële vereiste bij het scheep gaan met een relatief onbekende. Volgens Gert Holstege, neurowetenschapper aan de universiteit van Groningen, is verliefdheid dan ook voornamelijk te duiden als een verlaging van het angstniveau. Het is dezelfde angstverlaging, dezelfde roes, die op te wekken is met alcohol en druggebruik.
Het neurologisch beeld in de hersenen van een verliefdheid ligt dan ook dichter bij basale verlangens als honger, dorst en drugverslaving, dan bij emoties als opwinding of affectie. Een verliefde is een verslaafde: hij teert op de ander als een drug. Na een paar dagen verwijdering duiken ontwenningsverschijnselen op, en dan moet er weer dringend worden gekonkelfoesd om de roes te voeden. Hersenwetenschappers debatteren momenteel over het feit of verliefdheid neurologisch gezien het dichtst aanleunt bij manische-depressie of compulsief-obessieve stoornis. Met beide ziektebeelden vertoont verliefdheid veel gelijkenissen: de extreme moodswings van een bipolaire stoornis, de fixatie op de geliefde en het obsessieve checken van e-mails en sms’en van de dwangneuroot.

‘Ik heb vaak bedacht,’ schrijft Benjamin Constant in zijn Journal, ‘ dat liefde niets te maken heeft met de persoon op wie men verliefd wordt. Het is een behoefte van het hart die zich periodiek doet gelden, bij langere tussenpozen dan fysieke behoeften, maar op dezelfde manier.’ (Renate Rubinstein in ‘Liefst Verliefd’)

Liefde gaat door de neus
Verliefde mensen zijn goed gek, maar wat trekt precies deze kermis op gang? Waarom zijn de trekken van de ene mens zo bevallig, terwijl de ander ons Siberisch koud laat? Waarom zijn er mensen waar we simpelweg niet omheen kunnen, die op ons een aantrekking uitvoeren die alle rede overstijgt? Hiervoor zijn een aantal mogelijke verklaringen. In de eerste plaats moeten we openstaan voor verliefdheid. Er zijn nu eenmaal periodes in ons leven waarin we de spanning die een nieuwe liefde met zich meebrengt kunnen missen als kiespijn, en periodes waarin we zuchten naar net die specifieke prikkeling. Zonder die zucht, zonder die ontvankelijkheid, zal er allicht weinig gebeuren. Waar we niet naar verlangen, dient zich ook niet aan.
Daarnaast hebben mooie mensen sowieso een voorsprong: ze hebben een symmetrisch gezicht, en symmetrie suggereert gezondheid, dus gezonde genen voor het nageslacht. Maar even zoveel keren vallen we op degene die bij onze gehele peer group geboekstaafd staat als schreeuwlelijk. Wat dan? Allicht past die man of vrouw op de een of andere manier in de ‘liefdesmal’ die we onbewust en sinds onze prilste jeugd hebben ontwikkeld. Deze liefdesmal zou worden bepaald door onze vroegste levenservaringen, het karakter van onze ouders en bijvoorbeeld de sfeer in huis. Iemand die precies voldoet aan deze mal vinden we aantrekkelijk en dat vergroot de kans dat we op hem of haar verliefd worden.
Een niet te veronachtzamen rol speelt ongetwijfeld ook de geur. Liefde van mannen gaat door de maag, liefde van vrouwen door de neus, zegt men wel eens. Vrouwen en mannen scheiden geurende lokmiddelen af (feromonen). Iedereen heeft een unieke set aan feromonen en receptoren. Past een bepaald feromoon bij onze receptor, dan werkt de geur als katalysator op ons zenuwstelsel en is onbewust de keuze voor een partner gemaakt. Volgens Ad Vingerhoets blijken vrouwen aan de lichaamsgeur van een man te kunnen ruiken of het immuunsysteem van de desbetreffende man wel ‘deugt’, of hij een
afweersysteem heeft dat hun eigen verzameling immuniteitsgenen zo goed mogelijk aanvult, wat er doorgaans op neerkomt dat het zoveel mogelijk van hun eigen immunologisch profiel verschilt. Opvallend is ook dat vrouwen die de anticonceptiepil innemen steevast kiezen voor partners met een gelijkaardig immuunsysteem. Vanuit evolutionair oogpunt is de pil dus geen goed idee.

Het volgende stadium kan twee kanten op: moedeloosheid of de ware liefde, in beide gevallen is de pure, simpele verliefdheid over. De perfecte, hoewel zoals later bleek op duizenden misverstanden gebaseerde, harmonie van huid en hoofd, die glans die de belofte van nog hogere toppen van eensgezindheid op de al aanwezige wierp, zijn over. En, nietwaar, dat is maar goed ook. (Renate Rubinstein in ‘Liefst Verliefd’)

Een chemische storm
Eenmaal ons oog is gevallen op de juiste partner, vallen we ten prooi aan een wervelende chemische storm. Verliefdheid triggert een krachtige cocktail van hormonen en neurotransmitters in ons brein en lijf. Er ruist tienmaal zoveel adrenaline door onze aderen en het hormoon cortisol helpt deze razernij gaande te houden: ons hart pompt sneller en lichaamstemperatuur stijgt. In het deel van de hersenen dat ons instinct en gevoel regelt zorgt de stof phenylethylamine (PEA) voor een liefdesroes. Deze lichaamseigen stof lijkt op amfetamine en heeft ongeveer hetzelfde effect. Dat we tot midden in de nacht op kunnen blijven en onvermoeibaar zoenen en stoeien, hebben we te danken aan de neurotransmitter dopamine, die door PEA wordt opgewekt. Dopamine is betrokken bij het beloningssysteem in onze hersenen en circuleert als mensen heftig verlangen naar iets, zoals bij drugverslaving of gokverslaving. De positieve signalen die we van onze partner ontvangen ervaren we als ‘beloning’. Het heeft een verslavend effect op ons: we willen steeds meer en steeds weer.
Dopamine zorgt op zijn beurt weer voor de aanmaak van ‘oxytocine’, een liefdeshormoon dat naast seksuele opwinding ook tederheid en intimiteit oproept. Oxytocine en vasopressine (de mannelijke variant) zorgen voor de hechting aan de andere sekse. Onderzoek met muizen wees uit dat de diertjes met het hoogste gehalte aan oxytocine en vasopressine het meest monogaam waren; muizen met een lager gehalte aan deze hormoonstoffen hadden een meer polygame levenswandel. Deze knuffeldrugs creëren een gevoel van rust, verbondenheid, seksuele bevrediging en onderdrukking van sociale angst.
Ad Vingerhoets: “De omslag van verliefdheid naar liefde wordt hiermee gemarkeerd. De stoffen dopamine en noradrenaline zijn dan veel minder aanwezig. In de vroege fase – de eerste twee tot drie jaar – zorgen deze juist voor de bij verliefdheid horende euforie en uitgelatenheid.” Net als bij drugs treedt bij verliefdheid na verloop van tijd dus gewenning op. Op een gegeven moment is de dosis PEA niet hoog genoeg meer om de passie brandende te houden. Na zo’n achttien maanden tot vier jaar dooft de verliefdheid uit, en komen rustgevender stofjes op de voorgrond. Als het goed is gaat verliefdheid dan over in liefde, maar lang niet altijd. Evengoed rest niets meer van de extase van weleer, en gaat elk zijns weegs. Om ernstige beslissingen te nemen over ons liefdesleven (zoals bvb. een scheiding), wachten we dus maar beter tot de chemische storm wat is overgewaaid en de waanzin wat is geluwd. Want voor je het weet ligt een schreeuwlelijke sukkel naast je in de bedstee in plaats van die prinsheerlijke partij van eertijds.

Meer weten?
· ‘Uit de taal van een verliefde’, Roland Barthes, Uitgeverij IJzer, 2002 (oorspronkelijke titel: Fragments d'un discours amoureux)
· ‘De ondraaglijke lichtheid van de liefde’, Ad Vingerhoets & Magda van Tilburg, Uitgeverij Donker, 2005
· ‘Tot over je oren: verliefdheid en seksualiteit in de hersenen’, Gert ter Horst & Gert Holstege, 2008, Luisterwijs (2 luistercd’s)
· ‘Liefst Verliefd’, Renate Rubinstein, Uitgeverij Maarten Muntinga, 1983

(uit De Morgen Wax)

Monday, September 07, 2009

Beminde onrust

We zitten bij elkaar aan tafel: vijf dames met een spagaatbrein, een spagaathart, een spagaatleven. We bekennen de spreidstand tussen de realiteit en de heimelijke praktijk, tussen de dagelijkse liefde en de wriemelende lusten in achterhoofd en onderbuik. Allemaal zijn we al jaren gezegend met een plaatje van een man: knap, verstandig, schandelijk lief en bovendien een rots in onze woelige branding. Honderdduizenden vrouwenzielen op deze aardkloot zouden een moord begaan voor een dergelijke alliantie. En desondanks zetten we vaker dan welvoeglijk mag heten dit godsgeschenk op het spel. De dingen zijn immers niet wat ze lijken. Toch niet voor de wederhelften in dit verhaal: want zij zitten aan de ontbijttafel met een vrouw die meewarig glimlacht en zoete zoenen gooit, terwijl haar kut hunkert naar de gunsten van een ander. De voorbeeldige eega is in wezen een vermetel, overspelig wezen dat geen genoegen neemt met de (ego)strelingen van één man.

Zijn onze wederhelften dan onvolkomen, verdord of vervelend? Oh nee. Verre van. Dat bewijst de kwijl die uit de mondhoeken van aanhalige passanten sijpelt. Alleen: het zijn geen vreemden meer. We kennen de donkerste krochten van hun ziel, hun uitglijders en geile stuntjes, we kennen ze van bilnaad tot oorlel, van ochtendadem tot okselgeur. We leven al jarenlang door, naast, in, op, onder, tussen en met elkaar. En wat meer is: zij kennen onze slimme streken. Zij zijn niet meer te bespelen. Samen delen we lief en leed, vormen we een goed geolied team, dat bestand is tegen elk gevaar, dat samen de hoogste berg beklimt, dat omhoog kruipt uit het diepste dal. Geen geheimen meer in de gerijpte bedstee.

Maar, bekennen we ook aan elkaar: al deze vertrouwdheid is nefast voor de lust. Want lust teert op macht. Alle passionele verhoudingen ter wereld draaien om macht: macht nemen of geven, smachten en machteloos zijn, domineren en capituleren, verleiden en verwensen. Het veroveren van ons lustobject is één groot strijdtoneel, waarbij zelfs een degenregen zorgt voor uitzinnig genot. Niet zo in de bedaarde liefde: daar draait alles om gelijkwaardigheid, om evenwicht. Daar is de strijd gestreden, zijn de rollen en gronden verdeeld. Hoe eerbaar (of hoe eerlijk) is iemand die zijn geliefde na twintig jaar nog steeds weet te reduceren (of noem het ophemelen) tot lustobject? Hoeveel theater en tristesse komt daaraan te pas?

Ooit zei een man: “There are girls you want to marry, and girls you want to fuck.” Dat in dit cliché meer waarheid zit dan we willen weten, blijkt uit het geworstel met relaties om ons heen. Want de vrouwen aan bovengenoemde tafel zijn exemplarisch voor een generatie. Een generatie die na haar land ook haar liefdesrelaties verkavelt. Nog nooit hebben zoveel vrouwen én mannen openlijk geknoeid met die ene stekelige vraag: hoe rust en onrust te verzoenen? Hoe laaf je je aan de liefde als de lust doorheen je aderen raast? Hoe rijm je de nood aan geborgenheid en de zucht naar prikkeling? De antwoorden zijn velerlei, maar geen van alle zaligmakend. Seriële monogamie en monogamie, polyamorie en stiekeme affaires, slimme verdringing en overtuigd singleschap, het zijn slechts amechtige pogingen om de verwarring te bevechten.

Velen zijn er ondertussen achter dat dé ultieme liefde, dé eeuwige waarheid en die ene almachtige godheid niet bestaan. Maar niemand weet vooralsnog hoe we met de brokstukken op ons altaar een nieuwe religie moeten bouwen.

(verschenen in De Morgen Wax op 05/09/09)

Beeld: Madeline von Foerster