Monday, June 29, 2009

A sensual summer!

Rafaela & sensOtheque

wish you

a very sensual summer!


See you back here in August,

and in the mean time...

Let the senses rule!


Wednesday, June 24, 2009

Rijp en overheerlijk

Vier vrouwen boven de veertig praten openhartig over hun lijven & sensualiteit op leeftijd

Door Rafaela / foto's carmendevos

Een spreekwoord zegt: ‘Mannen zijn als goede wijn: hoe ouder, hoe beter.’ Wat vrouwen betreft is de tand des tijds minder genadig: rimpels, grijze haren en rondingen, ze staan in schril contrast met het volmaakte vrouwbeeld dat nog steeds hoogtij viert. Uit onderzoek blijkt echter dat vrouwen boven de veertig een positiever zelfbeeld hebben dan hun jongere seksegenoten, en gemakkelijker overweg kunnen met de sporen die de jaren hebben nagelaten. Wij nodigden vier rijpere vrouwen uit tot een openhartig gesprek, én een intieme fotosessie. Hoewel ze misschien knapper waren toen ze jong en strak waren, druipen hun foto’s en getuigenissen van een soort innerlijke kracht. Uitstraling, heet dat dan. Of hoe vrouwen met het aantikken van de tijd steeds nader tot zichzelf komen, en dat net hun begeerlijkheid uitmaakt. Een portret van vier vrouwen die mooier worden met de jaren.

Miet Crabbé, 54
“Ik ben blij met hoe ik eruitzie. Er is sinds mijn jonge jaren naar mijn gevoel weinig veranderd aan mijn lichaam. Het is interessanter geworden, omdat het nu een geschiedenis heeft. Ik heb vijf kinderen gebaard en elk kind heeft gezorgd voor wat fijne blauwe lijntjes op mijn benen. Voor de rest zijn er geen sporen van die zwangerschappen. Striemen heb ik nooit gehad. De vroedman zei dat mijn lichaam en huid gemaakt leken om kinderen te baren, alles nam zonder moeite zijn oorspronkelijke vorm terug. Ieder kind heb ik minstens twee jaar gezoogd en ook mijn borsten zien er nog ongeveer hetzelfde uit als toen ik nog geen kinderen had.
Alles wordt zachter met de jaren. Mijn huid is minder strak, en ik ben wat te dik nu, maar ik besef veel beter dan toen ik jong was hoe mooi ik wel gevormd ben. Mijn lichaam is goed geproportioneerd, mijn huid is aangenaam om aan te raken. Ik voel me aantrekkelijk en ik heb de indruk dat mannen nog altijd appetijt voelen voor mij. Zelfs jonge mannen (lacht). Ik voel het, en soms wordt het me ook expliciet gezegd. En dat doet deugd. Het maakt me mooier, zelfbewuster, sterker. Ik hou wel van de zuiderse cultuur waarin wat makkelijker gecomplimenteerd wordt, of gefloten op straat. Waarom zou je je inhouden om een ander iets liefs te zeggen? Ik merk dat ik hoe langer hoe gevoeliger word voor woorden.
De manier waarop ik naar mijn lichaam kijk, beïnvloedt ook mijn seksualiteitsbeleving. Soms kan ik in een sensuele sfeer komen alleen al door mezelf in de spiegel te zien. Ik wíl mezelf ook mooi vinden. Als je merkt dat je ouder wordt is dat soms wennen: er komen her en der wat rimpels, je wordt grijs, alles gaat wat hangen. En je beseft dat het beeld van vroeger nooit meer terugkomt.
Je schoonheid is veranderlijk. Ik zoek ernaar, want het is iets belangrijks voor mij. Als ik me niet op een bepaalde manier mooi voel, dan functioneer ik niet goed, op geen enkel vlak. En met diezelfde milde ogen kijk ik ook naar andere vrouwen. Veel vrouwen zijn te kritisch voor zichzelf. Ze meten zich complexen aan en zorgen ervoor dat mannen hen ook zo gaan beoordelen. Terwijl mannen met een gezonde lust veel verschillende types vrouwen aantrekkelijk kunnen vinden.
Er wordt gezegd dat een vrouw haar seksuele hoogtepunt kent rond haar veertigste. Ik geloof dat dat wel klopt, de pure drang vermindert immers na de vijftig. Maar ik kan nog steeds hevig verliefd worden, en smachten. Hele sterke gevoelens hebben, totaal, geestelijk én lichamelijk. En dan is alles weer net als toen ik zeventien was…”


Annick Ruyts, 45
“Ik ben wel tevreden met hoe mijn lichaam er nu uitziet. Ik heb een zeer vrouwelijk lichaam en hou daar wel van. Het wordt hier en daar wat slapper, maar ik leer het steeds beter kennen en luister er ook beter naar. Ik ben vooral heel blij met de kracht van mijn lichaam: er is veel mee gebaard, gevreeën, gefeest, gerookt, ook gesport, het reist de wereld rond, leeft onregelmatig, heeft vorig jaar de Mont Ventoux opgefietst en staat er toch nog altijd sterk en krachtig. Vijf jaar geleden is mijn baarmoeder verwijderd, dat was een zware operatie, ik ben toen erg ziek geweest. Maar nu ben ik beweeglijker en sportiever dan ooit. Ziekte leert je zorg dragen en beseffen dat het snel kan keren. Ik ben verre van perfect, maar toch hou ik steeds meer van dit lichaam.
Ik heb me nooit zo mooi gevoeld als tijdens mijn zwangerschappen. En dat moederlijke vertaalt zich ook in mijn lichaam: borstvoeding heeft mijn borsten veranderd en mijn buik minder strak gemaakt, maar ook een intimiteit gegeven die erg intens was. Nu ik ouder word ben ik nog steeds ontzettend dankbaar dat mijn lijf me kinderen heeft gegeven. Ik heb een groot warm lijf dat veel kan geven. Dat heeft het moederschap me duidelijk gemaakt.
De relatie met mannen verandert als je ouder wordt, je wordt soms onzichtbaar voor hen. Maar ik geloof wel dat je sommige mannen eerder aantrekt met je persoonlijkheid en charisma dan met een perfect uiterlijk. Mijn seksleven is nog nooit zo goed geweest als nu. Door de aanvaarding van mijn lichaam kan ik complexlozer van seks genieten dan toen ik veel jonger was. Als je je lichaam heel goed kent, kan je er beter mee spelen en laten spelen.
Het zou zeer stom zijn om als vrouw van vijfenveertig te gaan concurreren met jongere vrouwen, ik ben in mijn leeftijd gegroeid en mijn lichaam ook. Mijn kinderen worden langzaam volwassen, ik schuif een plaats op, en doe dat met plezier om ruimte te maken voor hen. Ik was vroeger waarschijnlijk knapper, nu ben ik vollediger. Ik geloof dat met het ouder worden het innerlijk van een persoon mee zichtbaar wordt. Holle mensen worden lelijk oud, als je persoonlijkheid hebt, krijg je vaak een meer karaktervol uiterlijk en dat is zeer aantrekkelijk.”

Veerle Schoepen, 49
“Er is door de jaren heen veel veranderd aan mijn lichaam. Ik ben geëvolueerd van superslank tot mollig, er zit nu veel meer vrouw aan mij (lacht). Ik heb littekens van een knieoperatie en heb heel lang gewacht om die ingreep te laten uitvoeren, zelfs tot ik noodgedwongen in een rolstoel terechtkwam. Maar nu ik weer de vrijheid heb om te gaan en te staan waar ik wil, geef ik niet meer om die littekens. Ik ben meer dan een paar ongeschonden benen. Ik kan nu ook weer Cubaanse salsa dansen. Salsa is voor mij een soort van hoofse hofmakerij. Als ik dans met een goede danspartner kan ik uiting geven aan mijn sensualiteit en voel ik mij aantrekkelijk.
Wat de aandacht van mannen betreft is er niet erg veel veranderd. Er zijn nog altijd meer mannen in me geïnteresseerd dan dat ik er wil. Ik heb ontdekt dat er heel wat mannen zijn die een ronde, rijpe vrouw aantrekkelijk vinden. Aan mijn seksualiteitsbeleving ontleen ik een goed gevoel over mijn lichaam, wat dan weer een bron van genot is voor mij en mijn partner. Ik ben een laatbloeier op seksueel gebied. Het is zeker niet zo dat mijn hoogtepunt al voorbij is, het gaat eigenlijk nog steeds in stijgende lijn.
Ik ben nu niet even mooi als toen ik jong was, maar zeker nog mooi. Wel ben ik veel minder preuts geworden. Toen ik twintig was, had ik er moeite mee mezelf volledig naakt te tonen aan mijn partner, terwijl ik de ideale maten had. Nu ben ik mollig en heb ik totaal geen remmingen meer. Toen ik jong was betekende ‘mooi’ voor mij ‘perfect’. Nu besef ik dat ‘niet perfect’ soms echt mooi kan zijn, en dat het ook allemaal afhangt van de ogen die het bekijken en van je persoonlijkheid. De jaren vormen je, en geven je een warme uitstraling waardoor eventuele onvolkomenheden worden geminimaliseerd.”


Sjé Stevens, 55
“Over het algemeen ben ik tevreden met hoe mijn lichaam er nu uitziet, behalve wat betreft mijn buikstreek. Sinds mijn jongere jaren ben ik zowat vijftien kilo aangekomen. Vooral na mijn zwangerschappen zijn er een aantal kilo’s blijven hangen. Tijdens de seks stoort mijn slappe buik me soms. Maar ik heb het geluk dat ik een fantastische, sensuele man heb die mij altijd het gevoel geeft dat ik zijn godin ben.
Rond mijn achtenveertigste waren mijn borsten zeer zwaar, en zo buiten proportie dat ik op medisch advies een borstverkleining heb ondergaan. Een erfenis van mijn oma, die even rijkelijk was bedeeld. Die ingreep zou ik iedereen die in hetzelfde schuitje zit kunnen aanraden, wat een bevrijding (lacht)!
Ik vind mezelf niet uitgesproken knap, maar ik mag er zeker zijn. Ik voel me heerlijk vrouwelijk rond en ik oogst nog altijd veel bijval, zowel bij jonge als oudere mannen en vrouwen. Misschien ligt dat ook aan mijn open, enthousiaste en eerlijke manier van omgaan met mensen. Na een nogal nare echtscheiding ben ik ooit naar een fotograaf gestapt en heb me uitgebreid mooi en redelijk naakt laten fotograferen. Dat had ik toen voor mezelf nodig want mijn zelfvertrouwen had een enorme mokerslag gekregen. Ik ben met de foto's nooit naar buiten getreden, ze waren puur voor mezelf en insiders. Nu zou ik daar geen behoefte meer aan hebben. Ik hoef mijn kleren niet uit te trekken om me sexy te voelen.
Sommige oudere vrouwen hebben die speciale uitstraling waarin ze uitdragen dat ze genieten van het leven. Als ik de foto's van mezelf zie als tiener en jongvolwassene dan zie ik een hele mooie vrouw, maar ik voelde me toen veel onzekerder. Nu ik dertig jaar ouder ben en absoluut niet meer de ideale maten heb, voel ik me eigenlijk pas écht vrouw. Ik merk dat het lichaam niet het belangrijkste instrument is om sensueel over te komen. Je brein, je subtiele taal, je glimlach zijn zoveel krachtiger en dat geeft je een comfortabele rust.”

(verschenen in De Morgen Wax op 20 juni 2009)

Monday, June 22, 2009

Panem et circenses

“Ben jij dan nooit jaloers?” vraagt ze me. En kijkt me daarbij aan met van die doorwroetende ogen. De ontboezeming die ik zonet ten berde bracht, heeft ergens een gevoelige snaar geraakt. Dat ik mijn aandacht en liefde kan verdelen, daar kan ze nog wel inkomen, maar dat ik mijn mannen ook deel met andere vrouwen, dát is voor haar een brug te ver: “Ik kan zelf van verschillende mannen tegelijkertijd houden”, bekent ze, “en vind dit eigenlijk heel gewoon, maar ik kan bijna niet aanvaarden dat ik voor hen niet de enige zou zijn. De tegenstelling. Hoe ga jij daarmee om?”
Hoe ik daarmee omga. Dat is natuurlijk een verhaal van jaren. Mijn teerbeminde en ik hebben ons niet vanaf het prille en doldwaasverliefde begin van onze relatie in amourettes allerhande gestort. Tijdens de wittebroodsjaren is er maar één ding dat je wil: die ene geliefde opvreten met huid en haar, opnieuw en opnieuw en opnieuw. Maar dan, na verloop van jaren, begint het te jeuken. Want je bent jong en je wilt wat. Je wilt veel en vanalles. Je houdt ogen en oren open en ziet zoveel moois, zoveel onontgonnen gebied, zoveel lekkers. Dus zijn wij na de zeven vettige jaren tot een entente gekomen: we houden zielsveel van elkaar, maar in ons hart zijn nog kamers over voor anderen. En dus piepen wij van tijd tot tijd over de haag. Om te zien of daar niet wat lekkers passeert. En als het ons bevalt, marcheren we met dat passantje samen een beetje schuin. Soms duurt dat één onwelvoeglijke nacht lang, vaker duurt dat jaren. En wanneer het vrije vogeltje na het uitvliegen terugkeert naar het nest, kijken we elkaar diep in de ogen. Daar lezen we of het goed was, met die derde, en dat voelen we ook. Want er is verse inspiratie toegevoegd aan ons liefdesspel, de handen grijpen gulziger dan voorheen, en de kussen getuigen van die extra gretige, overspelige goesting.
Uiteraard liep dit sprookje niet altijd over rozen. Er was al wel eens een passantje dat meer een doorn in het oog was dan een welkome afwisseling. En ja, mijn liefste vriendin, om op je vraag te antwoorden: het groene monster heeft ook hier zijn kwijl afgescheiden. Niet dat we ten prooi vielen aan de uitzinnige crises waar überlibertine Catherine Millet van getuigt in ‘Jaloezie’, maar ook ons liefdesnest is gebouwd met bloed, zweet en tranen. Er werden stenen verlegd, maar slechts na jarenlang schipperen, schuren en schaven. Geen van ons beiden zou echter nog terug willen naar de monomanie van de monogamie. Naar de gevangenis die de echtverbintenis al te vaak is, naar die dwangbuis die mensen verstikt en verdooft, die alle verlangens en verliefdheid, alles wat ons mensenbeesten wild en vurig houdt, in de kiem smoort.
Na jaren van behoedzaam balanceren, kunnen we met een gerust hart beweren dat het genot het hier heeft gewonnen van de afgunst en de angst. Want ten huize Rafaela is alles zo helder als wijwater: ik ben voor mijn man de vrouw van zijn leven, en hij is mijn compagnon de route totterdood. Wij laten elkaar nooit - oh gemene wraak die mijn deel zal zijn omdat ik dit durf te beweren - ofte nimmer in de steek. Dat is de oorkonde die wij in lang vervlogen tijden met veel graagte hebben ondertekend. En al de rest zijn uitstapjes uit het alledaagse, luxecadeautjes die we onszelf schenken, verrijking en amusement. Er is brood en er zijn spelen: in de echtelijke sponde stillen we onze primaire behoeften, en daarbuiten geven we ons over aan ’t spelleken van pleysier. Om met nog meer honger naar huis te komen. Want verandering van spijs doet eten. En wij zijn beiden zeer weelderig van vorm.

(verschenen in De Morgen Wax op zaterdag 20 juni 2009)

(beeld: copyright Rafaela ~ sensOtheque)

Monday, June 15, 2009

Vuilbekkende vrouwen

Over oversharing en het koketteren met taboes

Smegma, sperma, slijm, menstruatiebloed, kak, pis, prut: alles passeert tegenwoordig de revue in de schrijfsels van vrouwen. Na de recente golf van bevrijding op seksueel gebied (Belle de Jour, Catherine Millet, Marthe Blau, Florence Ehnuel én hier te lande overtuigde stoeipoezen als Amelie O. en Murielle Scherre) lijken we te zijn aangekomen bij de laatste taboes. Louis Paul Boon liet Mieke Maaike vrank en vrij obsceniteiten debiteren, en in Pasolini’s Salò vertellen courtisanes scabreuze en scatologische verhalen, maar het bleef bij fictieve figuren, en wel opgevoerd door mannen. Nooit eerder waren vrouwen in boeken en blogs zo schaamteloos open over de vunzigheden van het lichaam. Vanwaar deze trend? Over het afleggen van de laatste schaamte.

Onlangs een vrouwenonderonsje. Een fotografe, een modeontwerpster, een actrice, een paar leden van het journalistieke gild. In een paar uur tijd werden er de volgende onderwerpen doorgejaagd: het nut van inlegkruisjes, de hoeveelheid slijmverlies (‘ik moet mijn onderbroeken soms uitwringen’), hoe te masturberen, clitorale en vaginale orgasmen, de bedenkelijke trend van de gladgeschoren venusheuveltjes (en wat mannen daar precies in aantrekt: kinderlijkheid? Controle en overzicht? Hygiëne? Beetje teveel naar porno gekeken?), pijpen als traktatie, doorslikken als héél speciale traktatie, hoe heerlijk het is te kussen met een man zonder tanden, én oraal verwend te worden door zo’n man, de ellende van blaas- en vaginale ontstekingen, en hoe die te bezweren. Oudere generaties zouden allicht eens slikken bij deze sliert van openhartigheid. Zelfs tijdgenoten van het zedige soort zouden het misschien vuilbekkerij noemen, en bepaald onwelvoeglijk. Maar hoe bevrijdend was dit alles, het vrijmoedig delen van de geneugten en malheurs der vrouwenlijven.

Gek genoeg weerspiegelde deze temporele microkosmos, dit gezelschap van gelijkgestemde vrouwen, een trend die al een tijd aan de gang is in blog- en boekenland. De spits werd vorig jaar afgebeten door Charlotte Roche en haar gecontesteerde ‘Vochtige streken’ (‘Feuchgebiete’). Haar personage Helen Memel windt geen doekjes om haar viscerale fixaties en beschrijft uitvoerig haar aambeien die ‘woekeren als bloemkolen’ (en waardoor ze naderhand in het ziekenhuis belandt - de setting van dit boek), en het extra genot dat ze haar verschaffen bij seks, naar het schijnt een ‘geweldige seksuele sensatie’. Ook koestert ze de gewoonte een melange van lichaamssappen achter het oor te strijken als persoonlijk odeurtje. Even ‘met de vinger in de kut graaien’ maakt elk posh parfum overbodig en werkt des te beter.

Even ongegeneerd waren de bekentenissen van sommige bloggers op Jezebel (een hotspot voor alles wat seks, celebrities en fashion betreft): plastische en gedetailleerde uitlatingen over schimmelinfecties, seks tijdens de bloederige dagen en vrouwelijke ejaculatie. Een van de bloggers, Moe Tkacik, schreef een levendig verslag over haar worsteling met een tampon die tien dagen lang bleef zitten. Er kwamen een aantal negatieve reacties van lezers die zich stoorden aan haar vrijpostigheid, maar de vermakelijke manier waarop ze haar verhaal deed werkte voor velen bevrijdend en er volgden een resem bekentenissen in dezelfde trant.

De blogspot van Jezebel is een voortrekker in deze nieuwe trend van ‘oversharing’ (de neiging om veel, zoniet alles met iedereen te delen), maar ook elders vind je dezelfde onbeschaamde uitingen over de lusten en lasten van het vrouw-zijn. In Elle magazine schreef auteur Miranda Purves een brutaal stuk over hoe de geboorte van haar kind er nog steeds voor zorgt dat het verkeer in haar vagina vlotter verloopt dan ze wel zou willen. Amelie O., die in Goedele de kolommen vulde met hetzelfde euvel, kan hiervoor gerust gelden als een Vlaamse pendant.

De menstruatiemonologen
Durven te zeggen waar je mee worstelt, de moed hebben te zeggen dat je je als vrouw soms lelijk en vies voelt, je zwakheden en onzekerheden durven te signaleren, het is niet het soort bevrijding waar de vorige generatie feministen op wachtte, maar het is wel realiteit. Zelfs de libertijnse Catherine Millet laat zich in haar laatste boek ‘Jaloezie’ van haar gênantste kant zien. In één genadeloze geut zelfanalyse krijgen we de schaduwzijde te zien van het seksueel losbandige leven dat ze jarenlang met overtuiging leidde, of beter ‘leed’, want de afgunst en nijd die ze voelt bij de affaires van haar man zorgen voor de ene crisis na de andere. De vrijgevochten Catherine Millet toont hiermee haar mentale vilbeluik, geeft inkijk in wat eigenlijk niet mag getoond worden, namelijk dat libertinage samen kan gaan met redeloze aanvallen van jaloezie en paranoia. Sommigen zullen het zien als een vorm van openbare zelfvernedering, het koketteren met het taboe als een perverse vorm van aandachttrekkerij, anderen zullen haar loven voor haar openheid, een confessie die heilzaam is voor zij die zich in een gelijkaardige situatie bevinden.

Diezelfde missie dreef ook de achttienjarige Rachel Kauder Nalebuff, die de (eerste) menstruatie, ‘het laatste taboe’, van de sluier van schaamte wou ontdoen. In ‘My little red book’ (knipoog naar Mao), dat ondertussen een wereldwijd succes kent, assembleert ze een patchwork van 92 vrouwengetuigenissen over die eerste keer dat hun onderbroek rood(bruin) kleurde, en hoe ze hierbij allemaal, op een paar uitzonderingen na, ‘schaamte’ voelden. Nalebuff vertelt haar eigen verhaal van een ongemakkelijke waterskisessie met een paar vellen keukenpapier als eerste redmiddel tussen de benen, maar laat bijvoorbeeld ook haar tante Nina aan het woord, die voor het eerst vertelt over hoe ze ontsnapte aan het naakt fouilleren door de nazi’s door de plotse komst van haar maandstonden. ‘My little red book’ bevat verhalen van vrouwen uit alle hoeken van de wereld (van de VS tot Turkije, van Ghana tot India) en alle socio-economische gelaagdheden. Grootmoeders en tieners, ondernemers en dichteressen, bekende schrijfsters en nobele onbekenden, ze doen allemaal hun boekje open over hoe ze die eerste keer geen doekje vonden voor het bloeden. Troostend en bevrijdend, opnieuw, want de paniek waarmee we dachten alleen te zijn blijkt weer maar eens van iedereen. Om dat effect kracht bij te zetten, opende Rachel Kauder Nalebuff een website, waar iedere vrouw onbeschroomd haar menstruatiemonoloog kan posten.

De koningin van de schaamteloosheid
Eenzelfde catharsiseffect heeft Charlotte Roche op het oog met de (overdreven?) mededeelzaamheid van haar hoofdpersonage in ‘Vochtige streken’. Lezen dat ze zich moeilijk kan bedwingen als ze bij iemand een mee-eter ziet blinken, dat ze als revolte tegen de tamponindustrie zelf tampons rolt van toiletpapier, dat ze de gebruikte tampon van haar vriendin zorgvuldig inspecteert en hoertjes bezoekt om de diversiteit aan kutjes te bestuderen: het is misschien allemaal iets te doortastend, maar niettemin herkenbaar. En haar ‘pamflet’ (want om als literair werk te worden beschouwd heeft het net iets te weinig om het lijf) raakt aan een dualiteit waar veel vrouwen heden ten dage mee worstelen: de dagelijkse realiteit van hun lijven, die nu eenmaal heel wat onwelriekende substanties produceren (en best wel meer dan die van mannen) en het ideaalbeeld dat de reclame ophangt van feeërieke deernen die de klok rond naar rozenblaadjes geuren. Een spanningsboog die moeilijk vol te houden is.

Hoog tijd om daar een flinke ruk aan te geven, vond Charlotte Roche, en de hygiënemaffia een poepje te laten ruiken. Gek genoeg stoot de ‘koningin van de schaamteloosheid’ hiermee op nogal wat ongenoegen van de oude garde feministen (ook wel ‘second wave’ genoemd). Zij vinden het werk van Roche en consorten (want er zijn in Duitsland in diezelfde periode een aantal boeken verschenen met dezelfde toon) te zeer op zichzelf gericht, en gespeend van de maatschappijkritiek waar ze zo prat op gaan. Het gros van de huidige lichting feministen (de derde golf dus) draagt Roche echter op handen als protagonist en zielsverwant, en beschouwen haar onverbloemde ontboezemingen als een manifest voor een nieuw en uitgesproken feminien bewustzijn. Een bewustzijn dat aardser en complexloos is, dat gekruid is met humor en sexappeal en zich niet beklaagt over de mannelijke ondeugden. Een vrouw-zijn ook dat niets te maken heeft met de vreugdeloosheid en de slachtofferrol die sommigen sinds de tweede feministische golf met zoveel graagte vertolken. Enige valse noot in dit verhaal: mannen vinden het boek van Roche doorgaans wansmakelijk en/of ridicuul. Als dit maar geen reden blijkt om over te gaan tot een vierde, reactieve golf van feminisme.

Meer lezen:
* ‘Vochtige streken’, Charlotte Roche, De Bezige Bij, 2008
* http://jezebel.com/
* ‘Jaloezie, het andere leven van Catherine M.’, Catherine Millet, De Bezige Bij, 2009
* ‘My little red book’, Rachel Kauder Nalebuff, Twelve Books, 2009
* http://www.mylittleredbook.net/
(verschenen in De Morgen Wax op 13 juni 2009)

Monday, June 08, 2009

De tongriem en de speer

Het moest ervan komen. We kunnen moeilijk wekenlang deze kolommen vullen met sensualiteiten allerhande en voorbijgaan aan het nec plus ultra, het pronkjuweel, de kwintessens, de aas van ’t spel der wederechtelijke genietingen: de penis. Of in omtrekkender bewoordingen, om de paapse divisie van ‘t lezerspubliek niet te schofferen: het mannelijk geslachtsdeel. Of in nog meer bewoordingen: fallus, lid, roede, stengel, plasser, pik, lul, piet, haantje, fluit, elfde vinger, flosh, genotsknots, ijsje, kindermaker, kleine generaal, klok-en-hamerspel, willy, poereloere, potlood, staaf, tampeloerus, lolly, worst, jongeheer, wortel, knuppel, sabel, lans, snikkel en oh ja: derde been.
Slik. Dat was een hele mond vol. Immers: zovele woorden, zoveel soorten. Van lenige brandweerslang tot recalcitrante regenpijp, van sierlijke lucifer tot knoestige knuppel, van vlammend zwaard tot gezapige zondagsrijder, van gedreven degen tot luizige flierefluit, van zondige straatkapoen tot hovaardige praatpaal, alles vind je op ’t Menu der Mannelijke Mirakelen. En u, trotse bezitster van dat innemende recipiëntje, hoeft maar te kiezen welk lekkernijtje u het liefst verslindt tussen de gastvrije billen. A la carte. Ja, ik weet het: doorgaans zit Mijnheer Heerlijkheid zorgvuldig verscholen achter enkele laagjes stof. Maar een geoefend oog leert door de broek heen kijken. Pookhoogte nemen. Keuren en kwijlen.
Doch, een broek vol belofte is niet altijd een garantie op een rijkelijk gevuld vagijntje. Want God schiep de man en hij schiep twee soorten piemels. De eerste soort is ‘what you see is what you get’. Betrouwbaar, maar weinig verrassend: vlezig van aard en niet zo verschillend van omvang in slappe en erecte staat. De tweede soort is de bedrieglijke: misschien ietwat teleurstellend in werkloze toestand, maar eenmaal ze volloopt met bloed en goesting: you ain’t seen nothing yet. Flabbergasting. Een transformatie van jewelste.
Laat u dus niet in de paling nemen. Schud eerst wat met de kont en lonk wat met de ogen. Laat dat wisselstukje van je warmlopen, vooraleer u de benen neemt. En als het echt tegenzit, als u tegen alle verwachtingen in toch te maken krijgt met zo’n mindere god uit de pikorde, troost u dan met volgende gedachte: strijders die het moeten doen met een bescheiden speertje, zijn vaak volleerde vingerkunstenaars. Of zeer bedreven met de tong. Of opvallend goed ter taal.
Ach, zovelezoveel mannen, zoveel soorten. Net zoveel soorten als er poesjes en flamoesjes zijn. Mijnschachten en mariagrotjes, geurige roosjes en overrijpe pruimen, allen weten ze hun poepenheimers wel te vinden. In ieder potje past een pookje. Weet echter één ding: als u ooit een vent in uw netten strikt die een toonbeeld is van viriliteit, royaal geschapen, opvallend rad van handen en goed van de tongriem gesneden: dankt de hemel op uw blote knietjes en laat hem nimmer los. Het betreft hier een godsgeschenk.

Heeft u een alleraardigst koosnaampje voor de trofee van mijnheer? Of koestert u andere wetenswaardigheden omtrent zijn speer? Laat het ons weten op info@sensOtheque.com !

(Deze tekst verscheen in De Morgen Wax op 6 juni 2009)

(beeld: Rêve de queue - Georges Grosz)

Thursday, June 04, 2009

Mea Vulva

In het Rivierenhof in het Antwerpse district Deurne loopt nog tot 7 juni de tentoonstelling "Mea Vulva: een ode aan de vagina". Die expo toerde eerder al in Nederland rond en zorgde daar voor heel wat controverse. Aan Mea Vulva werken meer dan dertig Nederlandse en Belgische kunstenaars mee. De werken variëren van schilderijen tot beeldhouwwerken en er werd zelfs speciaal een "Vulva-lied" gecomponeerd. De artiesten klagen door erg grafisch te werken de zogenaamde designervagina aan. Meisjes van 15 à 16 jaar oud trekken immers steeds vaker naar de plastisch chirurg om hun schaamlippen te laten aanpassen aan de schoonheidsidealen die ze zien op tv of in roddelbladen.Tegelijk wil de expo aandacht vragen voor de vrouwenbesnijdenis, die in België en Nederland blijft bestaan, ondanks een verbod erop. Concreet is Mea Vulva een ode aan de natuurlijke vagina, zonder chirurgische ingrepen. (belga/mvdb)

Wednesday, May 27, 2009

Mieke Drossaert 'Colourfullpeople"



"Haar schilderijen zijn vooral emotie, een lichte schok die door je heen gaat en die je naar het werk toezuigt om het van dichterbij te bekijken en dan weer afstand te nemen, naar een ander schilderij gaan kijken en terug te keren naar dat ene, de titel nog eens lezen en je af vragen welk verhaal hier achterzit. Je houdt van de kleuren, omdat ze precies passen in je eigen wereld, omdat ze de kleuren zijn van je lievelingsmuziek. Je zou het zo van de muur willen plukken en mee naar huis nemen, omdat je er elke dag wil van kunnen genieten. Zo kijk je naar haar werken: met de ogen van iemand die net ontdekt wat liefde op het eerste gezicht betekent..." (over het werk van Mieke Drossaert op Uit in Vlaanderen)



Meer werk van Mieke Drossaert vind je hier, op haar website. Het is nog tot 31/05 te zien in Entrepot Louisastraat 18, 8400 Oostende.

Monday, May 25, 2009

Courtisane

Driemaal reeds zag ik een kennis rondwaren in de steegjes van mijn stad waar de dames van lichte zeden thuis zijn. Het waren stuk voor stuk mannen van stand, getrouwd, al dan niet gelukkig. Stiekem bespioneerde ik hen terwijl ze ongedurig hun keuze maakten tussen Mistral, Maxim’s of Moulin Rouge, tussen het areaal aan vrouwenlijven, soms rond, blond en rozig, soms exotisch, gesneden uit ebbenhout en gezegend met ellenlange gazellenbenen. Ik blijk er een neus voor te hebben, op de een of andere manier, voor het tijdstip waarop zij hun rauwe lust achternagaan, mijn getrouwen.
Ik moet toegeven, het schept een zeker genoegen, zeker op gemeenschappelijke feestjes. Te weten dat zij niet weten dat ik weet, enzovoort. Een genoegen dat al snel overgaat in mededogen, in een haast moederlijke bezorgdheid om hun tekort, een tekort dat blijkbaar zo knagend is dat zij ervoor willen betalen. Moet ik hen dan niet veroordelen, moet ik dan geen front vormen met hun respectievelijke echtgenotes, die mij evenzeer bekend en vaak genegen zijn? Helaas, het ontbreekt me geheel aan een dergelijke eendrachtigheid. Integendeel, ik voel geen slechts deernis, it only raises a faint smile. Zou het anders zijn mocht ik mijn eigen geliefde betrappen op een dergelijk uitstapje? Misschien wel. Maar ook dat lijkt me niet onoverkomelijk. Ik maak me geen illusies over het mannendom, noch over het rijk der vrouw. Noch over het menselijke tekort. Of het teveel.
Soms bezorgt het ook mij een zonderlinge prikkeling, wat rond te dwalen in het land der rode lampjes, zomaar bij nacht, omsingeld door dat opdringerige leger van hitsige mannen, mij even in te beelden dat ik de dienst uitmaak als dame van plezier. Zou er een beroep zijn dat meer voldoening schenkt dan dat van hoer? Hoeveel tristesse wordt er aldus niet weggewerkt, hoeveel huwelijken gered, hoeveel wonden geheeld, hoeveel plooien gladgestreken in die vunzige achterkamertjes van het genot? Is dat niet de hoogste kunst, de nood te kunnen lenigen met de barmhartige warmte van je schoot? Misschien is het wel mijn ultieme droom, als een weelderige moeder Teresa troost te bieden via het vlees?
Raamprostituee, straatmadelief, dat zegt me niet zo veel, maar courtisane, onderwezen en onderlegd in de edele kunst van het behagen, het geprefereerde namiddaglief van zij die welgesteld zijn, een gedistingeerde geisha, een demi-mondaine met fijne maniertjes, dat lijkt me wel iets. Om nog niet te spreken van het financiële voordeel dat een dergelijk initiatief met zich zou brengen. Ha! Eindelijk die glanzende nertsmantel, champagne in mijn bad, die kralenketting van kostbaar parelmoer. Baden in weelde zoals de liederlijke, maar chique dames in Stephen Frears’ nieuwe film ‘Chéri’. Wijze vrouwen die weten waar het in de wereld werkelijk om draait. Die de spelregels kennen van het kaartspel van dames & heren, en daar schaamteloos hun voordeel mee doen.
Waarom ga ik niet spoorslags aan de slag? Moet ik mij ergens voor schamen? Is niet elke vrouw een dienares in het diepst van haar gedachten? Toen ik deze vragen opwierp tegen mijn geliefde, riposteerde hij: ‘Wat houd je tegen?’ ‘Jij’, antwoordde ik, ‘want waar moet jij dan heen met je stiekeme verlangens, als ik ook nog eens je meisje van plezier wil zijn?’

(verschenen in De Morgen Wax op 23 mei 2009)

Wednesday, May 20, 2009

'Jour de souffrance' of Het andere leven van Catherine M.

'Al in de eerste jaren van onze relatie gag ik bij drie of vier gelegenheden blijk van jaloezie. Hoewel het allemaal lang geleden is en mijn geheugen een opmerkelijk goede schifting heeft gemaakt, ben ik er zeker van dat ik in geen van die gevallen bang was voor de rivaliteit van een vrouw die mooier was dan ik of beter presteerde in de seksuele arena. Ik was geschokt door de aanwezigheid van een indringster. Ik voelde me in de belachelijke situatie, maar dan duizend keer erger, van iemand die vrolijk reageert op een glimlach of kushand die vanuit de verte door een vriend wordt geworpen, en zich dan ineens realiseert dat het gebaar bestemd was voor degene achter haar. Zo ontdek je niet alleen dat je niet de enige bent die een band met hem heeft, maar ook dat hij je soms niet ziet, en dat je moet wijken voor een ander.' (pag. 45)

Een fragment uit 'Jaloezie', het nieuwe boek van Catherine M. In de maanden na de publicatie van haar eerste boek, 'Het seksuele leven van Catherine M.' keerde één vraag in de reacties van de lezers steeds terug: 'Hoe ging u om met jaloezie?' Catherine Millet besefte dat haar volgende boek op die vraag een antwoord moest bieden. 'Jaloezie' is weerom het werk van een scherpe observator, die meticuleus en genadeloos haar eigen gevoelsleven blootlegt, en dit vormgeeft via soms vergezochte, maar rake beelden. Een vreemde mengelmoes van egodocumentaire, kunstkritiek en filosofie, die ook al eigen was aan het eerste boek van Millet. Maar dit boek is zoveel interessanter. Omdat de vertelster zichzelf hier in een positie plaatst die naakter is dan naakt. Omdat ze niet anders kan, allicht, als ze haar natuur gehoorzaamt. En dit vanuit een dubbele masochistische reflex: enerzijds via de exegese van de affaires van haar echtgenoot (via notitieboekjes, foto's, brieven en andere sporen die hij achteloos achterlaat), die haar zowel pijn als deugdpijn bezorgen, het dwangmatige opzoeken en herhalen van die pijn, de pijn van de jaloezie, van gevoel weg te ebben uit het brandpunt van de aandacht van degene die je het meest na staat. Anderzijds door het openlijk etaleren van deze neurose en de mentale zelfverminking die ze zichzelf steeds opnieuw toebrengt, het sans gêne opschrijven van datgene wat niet mag gezegd worden - de libertine die enkel zichzelf een libertijnse levenswandel toestaat maar gruwelt bij datzelfde bij haar geliefde(n) - en het te grabbelen gooien van die ellende voor het hele (inter)nationale lezerspubliek. Een moed die door haar zelfvernederend karakter wellicht zowel respect als minachting zal uitlokken. Een moed waardoor dit boek van Millet alweer een mijlpaal is waar je niet omheen kunt.

'Omdat ze niet werden belemmerd door allerlei bijkomstigheden, net als de meeste relaties waaraan de partners maar een deel van hun tijd besteden of overspelige relaties die oppervlakkig blijven, hadden deze parallelle levens voor mij een aantrekkingskracht die leek op die van dagdromen; ze waren een tussenvorm: ze gaven de mentale beelden vastheid zonder de scherpte van de alledaagse werkelijkheid.' (pag. 40)

~ 'Jaloezie' in de sensOtheque

Monday, May 11, 2009

Het Verlangen

Hooglente. Dat is zoals hoogzomer, maar nog vol beloftes. Een lucht die zwanger is van verlangen. Bedwelmende bloesemgeuren worden de straten ingejaagd. Een vermetele lentebries zoekt haar weg tussen de dijen en doet de rokken opbollen. Benen worden gemaaid en derrières gepolijst, schouders ontbloot en kuiten getoond. Feromonen wervelen als stuifmeel om ons heen. Neusvleugels worden geprikkeld en richten zich op.

Plots lijken alle mooie mannen tevoorschijn te komen. Als holendieren die een hele winterslaap lang spaarden voor hun patina. Priemende blikken ontmoeten elkaar. Blijven net iets te lang aan elkaar haperen. Schoonheid die beklijft, een ontmoeting die bol staat van goesting. Maar we kijken weg, à la limite. We geven niet toe aan wat het lijf ons dicteert. Want dit is lente, lonken, snakken. Dit is het cultiveren van het verlangen.

Het is ook: de zucht naar een vergeeld verleden. Een nostalgie naar de dagen waarin niets vastlag, en alles nog kon. Toen je nog alles kon worden wat je wou, elke dag kon zijn wie je wou. Een tijd waarin tijd van geen tel was. Elke dag een eindeloosheid. Elk vriendje de vervulling van een tomeloos dromen. Geen stinkende sokken, geen ochtendadem. Alleen jouw verbeelding, en hij die daarin immer de rol speelt van sprookjesprins.

En dan: die eerste aanraking. Kippenvel over het hele jeugdige lijf, blozende wangen die smachten om een zoen, lippen die vollopen van verwachting. Dat schrale jongenslichaam dat samen met het jouwe beschutting zocht ergens te velde, in de schaduw van een geurige seringenstruik, de ruggen geschraagd tegen de knoestige boomstronk. Brandnetelbultjes bedekken je schenen, grasstoppels prikken gemeen in je kont, mieren zoeken een weg naar je onderbroekje. Maar jij voelt niets. Want er is zijn omhelzing, en jij hebt maar één wens.

Trillend tasten je vingers naar zijn hals, zijn gezicht, zijn onbehaarde borstkas. Hij likt het geronnen bloed van je knie en jij siddert. Hij streelt het richeltje achter je oor en jij tintelt, tot in je kleine teen. In je hoofd voltrekt zich de idylle. In werkelijkheid zijn jullie beiden te pril om tot de daad over te gaan. Maar als je naar huis fietst, kunnen je trappers amper volgen. In je buik huist een gloed, je neus snuift duizend geuren, en de vogels fluiten hun lied als nooit tevoren.

Het is de extase van dit begin, die we zouden moeten vasthouden. Altijd dat kind van dertien zijn, met een kutje dat openbloeit en gloeit, met die hunker die nimmer wordt vervuld. Altijd de begeerte van die eerste keer die door je ledematen raast, de schaamte die ermee gepaard gaat. Het opteren voor schuchterheid en schaarste, ook in de bedstee. Een liefdesleven dat zich nooit vervolmaakt. De sensatie van het net niet. Levenslang zwanger zijn van zin.

Weet je, er was eens een jongen en een meisje. Ze trouwden en wilden een lang, lustig en gelukkig leven. Ze waren zo gretig dat ze hun vervulling zochten in excessen. Ze leefden in seksuele weelde, deden het met iedereen, in elke positie en op elke locatie. Ze waren nooit jaloers, en laakten elke aarzeling en angst. En toen, als bij toverslag, restte er niets meer van het verlangen. Ze voelden nog amper, hun voelsprieten geknakt door het teveel. Ze wisten de prikkeling nergens meer te vinden. Het sprookje was voorbij, de betovering verbroken. En ze leefden nog lang, lusteloos en ongelukkig.

(uit De Morgen Wax, zaterdag 9 mei 2009)