Het zou aan de sterren liggen, zeggen astrologen. Het is het failliet van de monogamie, zeggen anderen. Het is wat het is: rondom mij zakt de ene na de andere relatie in puin. Toeval of niet: al die relaties zijn tien à vijftien jaar oud, al dan niet gezegend met een of twee kinderen. Allemaal dertigers of veertigers, kinderen van de hogere middenklasse. Ik zie ze tasten naar ijkpunten, naar antwoorden, naar richtingaanwijzers. Want wat was die liefde nu alweer? Hoe moest dat ook alweer?Dat hebben we niet op school geleerd. Er was zoiets als seksuele opvoeding, dat wel. Zelfs vandaag nog: seksgidsen bij de vleet. Ze worden ons door de strot geramd. Maar hoe dat moet als de liefde hapert, dat heeft niemand ons getoond. Zelfs onze ouders niet. Vaak zijn ze nog samen, in een stilzwijgende alliantie. Een soort berusting die een beetje vurige dertiger met verwondering slaat. Het is mooi als het nog steeds liefde is. Als die ogen nog steeds twinkelen, zelfs na zestig jaar. Het is triester als het op onverschilligheid lijkt, als alles op automatische piloot lijkt te verlopen, als een soort machinerie die zichzelf willens nillens draaiende houdt. Het is nog triester als het koude oorlog is.
Hoe dan ook: hierover praten is taboe. Niemand doet zijn mond open over de hindernissen die het huwelijk inhoudt. Niemand legt uit hoe je om moet met de sleur, met vertwijfeling, de verveling. ‘Nog en nog en nog ben jij mijn liefste. Tot vervelens toe.” Het is een mooie dichtregel van Leonard Nolens, maar in de realiteit heeft niemand wat aan die romantiek. In de realiteit bloedt tegenwoordig teveel dood. Te verschillend, te weinig seks, gewoon de rek eruit, uit elkaar gegroeid. Clichés te over. Doorzettingsvermogen te weinig.
Wij bezitten die kunst van de berusting niet meer. De kunst van de aanvaarding. Wij belijden niet meer de religie van de opoffering. Wat hoogtij viert is de persoonlijke ontwikkeling, het zoeken naar steeds nieuwe prikkeling. Van huwelijkshuishoudkunde hebben we geen kaas meer gegeten. Als de investeringen niet meer genoeg renderen, leggen we onze middelen elders te week. Economisch handelen en denken, keuzes maken omdat men niet alles tegelijk kan hebben, dat is een echo uit lang vervlogen tijden. Toen ook elke frank moest worden omgedraaid. Wij kennen de schaarste niet meer. Wij kennen alleen de overvloed aan mogelijkheden, de keuzestress, de verteveeling.
Misschien moeten we iets leren van zij die het kunnen weten. Een vrouw en een man van midden de vijftig, beide verwoede rokken/broekenjagers die al hun hele leven de passionele escapades aaneenrijgen. Hij ligt te bed met het broken heart syndrome: lijf en geest verteerd na de zoveelste romance. Als hij zijn leven overschouwt ziet hij vooral veel leegte en te weinig liefde. En een steeds verder woekerende eenzaamheid. De vrouw daarentegen heeft haar eindeloze reeks redeloze amourettes naast zich neergelegd en laat voor het eerst haar rede spreken. Met haar nieuwe partner is het geen verliefdheid of passie, maar economie: geven en nemen, een ruilhandel van kwaliteiten, het inleveren van idealen ten voordele van de symbiose, het dagelijks werken aan het evenwicht. Er gaat een nieuwe wereld voor haar open. Zij begrijpt voor het eerst in haar leven wat een ‘relatie’ is.
(voor S., V., B., P., J., C., I., D., R., M. en zovele anderen)
(uit De Morgen Wax 31/10/2009)
(beeld: Rafaela)










